zondag 2 november 2014

hoed in de hand

Zie mij hier zitten. De man van uw dromen. Ik zie de straten, de vrouwen, de buggy's. Ik voel de valse warmte, de ingehouden woede. Men vraagt mij welke bakker de beste broden heeft. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Ik eet geen brood meer, ik eet eenzaamheid.

Wie of wat heeft mijn knikkers gestolen? Ik was even in slaap gevallen, droomde van de tuin bij mijn grootouders waar ik als zesjarige de wereld veroverde. Ik klom in bomen, schoot met mijn katapult op mussen, keek naar de voorbij glijdende wolken en hoopte dat het spaghetti was als avondeten. De klokken van een verlaten kerk trokken mij terug tot waar en wat ik ben, en kijk, mijn knikkers liggen niet langer voor mijn voeten. Misschien heeft de wind ze in de riolering geblazen. Ja, laat ons daarvan uitgaan.

Je huilt om mijn verdriet. Je voelt mijn schaamte. Je raapt me op, kordaat maar teder. Precies zoals ik je graag heb. Ik voel een glimlach opkomen, maar hij verdwijnt ergens diep in mijn keel. Je bestelt twee koffies. Een voor jou en een voor mij. Ik voel je blik, je onbeantwoorde liefde. Een man passeert, hoed in de hand. Hij lijkt op weg naar huis, op weg naar vrouw en kinderen. Hij lijkt gelukkig. Ja, hij lijkt erg gelukkig.