maandag 7 december 2009

juist

Je doet mij schreeuwen van geluk. Het doet pijn aan mijn stembanden, trommel- en andere vliezen. De wegen die mijn pad kruisen zal ik zelden inslaan. Ik schreeuw gestaag door tot het einde onontkoombaar is. Hees als een oester zoek ik rust. Mijn kussen, hoe marginaal ook, heeft mij al veel slaapplezier opgeleverd. Ik droom van mensen, hoe ze winkelen, naar het toilet gaan, zichzelf afgunstig in de ogen kijken. Ik versta hen, al weiger ik mezelf erin te herkennen. Ik weiger wel meer dingen: spruiten, koude koffie, anale seks. Oude wijven met rotte tanden kunnen ook op een nee rekenen.

zondag 6 december 2009

de clash

Op een zomerse winterdag dacht Evert aan het leven. Hij smeerde mosterd op zijn boterham met choco en keek door het raam naar de knotwilgen die dringend geknot moesten worden. Zijn grootvader kwam binnen en verloste hem uit zijn gedachten. 'Waar is de tijd gebleven?' vroeg hij aan Evert. 'Bedoel je De Standaard?' antwoordde Evert. 'Nee, ellendeling, de tijd dat Walter Capiau nog liefde bedreef.' Evert dronk zijn koffie op en verliet de keuken. In de living zat Jezus naar de borsten van Martine Tanghe te staren.

vrijdag 27 november 2009

vijzen, boter, dreadlocks

Het meest aanvaardbare antwoord dat God mij overmorgen zal geven gooi ik nu al overboord. Ik heb zijn goede raad niet nodig. Omgekeerd moet hij er ook niet op rekenen dat ik zijn probleempjes aanhoor. Ik ben God niet.

De wijn die ik gisteren in één gigantische teug opdronk en enkele minuten later in één bulderende straal in de buurt van het toilet loste, smaakte.

Vijf ongewillige hoeren stapten op mij af. Ze boden mij een weekendje Zwevezele aan. Ik weigerde categoriek. Ik haat Zwevezele.

Laat ik het zo samenvatten: vijzen, boter, dreadlocks. Een fietstocht kan er desnoods ook nog bij.

donderdag 26 november 2009

erwten bij de vleet

Het zat zo: ik keek neer op alles en iedereen, lachte minachtend bij het minste zuchtje wind. De mensen in de straat of op het strand zochten vruchteloos naar liefde. Ik reikte hen mijn hand en sloeg ermee in hun gelaat. Sommigen smeekten om meer. Ik gaf hen alles wat ze wilden: vernedering, negatie, Yves Leterme. Het voelde niet goed, maar ook niet slecht. Ik voelde gewoonweg niets. Hoe hard ik ook probeerde, hoe luid ik ook zong, de meeuwen bleven krijsen. Ik werd gek van hun opdringerig gedrag. De man die apathie veroorzaakte kon ik nog het meest smaken.

woensdag 25 november 2009

het weerbericht

De Genkse mijnwerkers liepen de bakker straal voorbij. 'De oetlullen,' dacht de bakker luidop, waarop de mijnwerkers zijn bakkerij in brand staken met lucifers van het Colruyt-huismerk. Die fikten minder lang en intens dan kwalitatieve lucifers van een A-merk, maar dat kon de bakker even niet schelen. Hij huilde en holde naar zijn moeder. Zijn moeder lag dood, ergens in een kerkhof in Ohio, United States. De bakker snoof zo diep als hij kon in een potje Tierenteynmosterd en vloog de oceaan over. Gelukkig voor hem stond hij er niet bij stil dat enkel Superman kan vliegen, al dan niet na het snuiven van opwekkende middelen.

De overburen die ik gelukkig niet heb kunnen vierkant mijn anus likken. Waarom dergelijke obscene taal uitspuwen? Geen Turk die het weet.

zondag 15 november 2009

hinkelspel

We zingen luidkeels mee met Laura Lynn en haar Magnifieke Zeven. We staan versteld van betonnen pilaren in verlaten moerassen. We haten het als mosterd in onze neuzen prikt, al doet het ook wel deugd. Zo'n deugd die we na het lopen ook wel hebben, ook al sterven we onderweg. We menen het als mensen ons graag zien. We vragen hen om alles op een officieel document te zetten en het door zichzelf én de notaris te laten ondertekenen. Van vriendschap kan je nooit zeker genoeg zijn. We zijn natuurlijk samen en we geloven er rotsvast in dat we samen blijven, door goede en kwade dagen en met een beetje geluk tot de dood ons scheidt. We zouden grappig kunnen zijn en schrijven 'tot de dood ons schijt', maar we houden ons weer eens in en blijven conformistisch. We willen niemand tegen de schenen schoppen, maar des te liever in de ballen.

zaterdag 7 november 2009

de timmerman

Af en toe weiger ik te lachen met mensen die denken dat ze grappig zijn. Ook doe ik zelden moeite om vriendelijk te zijn tegen mensen die dat wel verwachten van anderen maar niet van zichzelf.

De meineed die ik pleegde in de rechtszaak Walter De Buck vs. Bob Dylan was enkel en alleen bedoeld als knipoog naar de verloedering van de creativiteit die Woonwarenhuis Ikea met zich meebrengt.

Mister World liep de trap af en omhelsde zijn grootmoeder innig. Samen met zijn traanklieren schoten zijn hormonen in werking. Een erectie zoals hij nog nooit gevoeld had was het eerder pijnlijke gevolg. Ondanks haar reuma en ver gevorderde suikerziekte maakte zijn grootmoeder zich snel uit de voeten.

dinsdag 3 november 2009

joost intiem

De laatste tijd zegt mijn dochter af en toe 'kakastront'. Ze zegt het met een schalkse blik, want van haar mama mag ze dat niet zeggen. Ik antwoord altijd met 'diarreedrol', want ik ben volwassen en ik mag zeggen wat ik wil.

Soms vertel ik een verhaaltje over mijn jeugd: 'Toen papa klein was, ging papa naar het bos en plots passeerde K3 en papa deed K3 dan dood door erop te kloppen met zijn vuisten.'

Mijn dochter luistert dan altijd geboeid toe. 'Echt waar, papa? Deed jij dat toen jij een kindje was?' En dan fluister ik: 'Ja, K3, Gert Verhulst en Jean-Marie Dedecker deed papa altijd superdood.'

zondag 1 november 2009

het verdwijnen

Oké, de wind waait, maar zo is er altijd iets. De wegen leiden toch ook naar andere wegen? Hoe doodlopend een straat ook mag zijn, je zal het vuilnis steeds opnieuw moeten buitenzetten. De vuilnismannen hebben ook recht op werk. Voelen zij de crisis? Ik vermoed van wel.

Zo mak als een lammetje kon je het niet noemen, maar alleszins gedweeër dan normaal volgde ik je naar het dorpsfeest. Het dorpsfeest vond plaats in de stad. Ik vroeg mij af of niemand dit bedrog inzag. Afgaand op de apathische, beschonken en ronduit achterlijke gelaatsuitdrukkingen vermoedde ik van niet. Mijn grootste droom, een knotwilg zijn, kwam weer niet uit.

donderdag 29 oktober 2009

de mosterdkwestie

Een man nam de tram in plaats van de bus. Hij vergiste zich wel vaker van vervoersmiddel. Zo nam hij onlangs eens de trein in plaats van de tram.

Winkeldieven hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze stinken uit hun bek. Vraag mij niet hoe ik dat weet.

zondag 25 oktober 2009

onderwaardering ten top

Niet dat iemand het wat kon schelen, maar ik zocht gisteren het graf van mijn grootvader op. Mijn grootvader, moet je weten, was een gerespecteerde cafébaas. Zijn café aan het Sint-Pietersstation trok de meest vrijgevige zatlappen aan. Pendelaars dronken zich voor en na het werk moed in. Buurtbewoners keken liever in het café van mijn grootvader naar de voetbal dan thuis bij hun vrouw, kinderen en bedlegerige ouders.

In de jaren zestig en zeventig was zijn café het meest succesvolle van de hele stationsbuurt. Zelfs de Gentse schepen van cultuur was bijna dagelijks in zijn etablissement te vinden, vaak languit op de grond. Het was een publiek geheim dat de schepen een alcoholprobleem had. Sommigen fluisterden zelfs dat hij er verschillende maîtresses op nahield. Anderen lachten dan weer dat hij op amoureus vlak niets meer kon presteren. Zijn vrouw was echter de dupe van het hele verhaal: zij vereenzaamde met de dag. Uiteindelijk stierf ze in de sofa met haar keffertje in de armen.

Mijn grootvader was geen groot man. Hij was evenmin bescheiden. Als je hem mocht geloven waren alle wetten, regels en radioprogramma's op zijn ideeën gebaseerd. Ja, het gebeurde wel vaker dat hij slaags geraakte met andere misplaatste ego's in het café. Nu liggen ze allemaal op het kerkhof, de ene al wat gecremeerder dan de andere.

de geweigerden

Ze liepen hand in hand, sommigen zelfs arm in arm, zoals oude vrouwtjes op weg naar de kerk. Ze keken schichtig om zich heen en wisten dat de rotte tomaten elk moment op hen konden neerdalen. Rochels en koeienvla kon ook wel, al vroeg iedereen zich af wie daar dan wel mee durfde gooien.

Al meer dan twintig jaar ging Dirk elke zondagvoormiddag naar de volleybal. Ook al was hij de avond ervoor lang blijven plakken en had hij een vijftiental Duvels gedronken. Jawel, een vijftiental.

Het gevoel bleef: meisjes met een grote boezem spraken mij meer aan dan meisjes met pakweg een A- of B-cup. Het probleem bleef helaas ook: ik durfde hen niet aanspreken. Was Jezus vroeger ook zo'n lafaard?

maandag 19 oktober 2009

magertjes

Ik wou er weinig woorden over kwijt, at liever alle boterhammen op. Met pindakaas of choco, dat kon mij weinig schelen. Ik was niet veeleisend of achterbaks. Mijn bedoelingen waren edel, zo hield ik mijzelf voor. Ik was moegestreden, afgepeigerd en redelijk hongerig. Dorst had ik ook wel: ik dronk vijfendertig jeneverglaasjes water. Ik snakte naar een normaal glas, zo eentje van vijfentwintig centiliter, maar het mocht niet baten. Ze hadden enkel jeneverglazen. Ik vroeg mij af wie hier de levieten las, waar de schippers aan wal stonden en wie wachtte op Godot. Ik struikelde over mijn eigen twijfels. Ik zag aan de spiegel dat het nog lang kon duren. Ik smeekte noch bad.

woensdag 7 oktober 2009

de gewestweg

Ik stond aan de rand van een vervallen gewestweg. Mieke, een meisje met lange tenen, zat naast mij. Ik dacht aan vroeger, toen winkels nog om de hoek lagen. Een G.Snel-vrachtwagen raasde voorbij. De tijd daarentegen.

Ik verraste niemand met mijn blik. Niemand, behalve Evert. Evert keek vanuit een appelboom - weliswaar een laagstam, maar kom - neer op de mensheid. Hij mengde zich nooit in discussies, bleef over het algemeen ijzig kalm, maar bloosde als oudere vrouwen hem aankeken.

Evert schrok bij het zien van mijn blik. Hij omhelsde mijn hond en bleef er minutenlang tegen fluisteren. De varkens aan de overkant wasten hun BMW. Ik zwaaide schijnheilig. Ook dat verraste Evert. De jongen had duidelijk nog niet veel meegemaakt.

vrijdag 25 september 2009

sag es mal

Het schijnt dat mensen die elke dag opnieuw bidden tot Maria die in de hemelen zijt vaak last hebben van tenniselleboog of in het slechtste geval aambeien.
Minder fortuinlijk zijn de intelligenten van geest die het leven trachten te doorgronden maar er na vijftien jaar aan ten onder gaan, meestal door middel van een overdosis cocaïne.
Zwijgen is een schone zonde, maar liplezen komt iedereen van pas, bijvoorbeeld in een tram met veel geroezemoes.
Het is weinigen gegeven, de liefde, maar zij die erover kunnen meespreken, spreken er zelden over mee.

vrijdag 18 september 2009

wie ik denk

Nog steeds geen climax te bespeuren. Het leven kabbelt maar door, met hier en daar een opstootje, relletje of overlijdentje. De mensen maken amok over zinloze, zeg maar belachelijke, gebeurtenisjes.

Zo liep ik gisteren door Ertvelde, een dorp dat ooit internationale uitstraling kende dankzij de bard Eddy Wally, die er zijn grandioze shows opvoerde. Ertvelde straalt vandaag vooral apathie uit, net zoals praktisch alle dorpen boven de as Rio de Janeiro-Sydney. Ik zag twee bejaarden zitten. Ik zag een duif. Ik zag een postbode.

Plots struikelde een mus over een friet. Het dorp stond in rep en roer. Bejaarden juichten, hangjongeren weenden tranen met tuiten. De mus keek op en begon te blozen. Ik kon haar geen ongelijk geven.

vrijdag 11 september 2009

la mbada

Wie vaker stilstond dan voortdeed was zonder twijfel mijn grootvader. Hij deed werkelijk niets aan het gat in de ozonlaag. Bovendien snoeide hij de haag verschrikkelijk slordig. Telkens ik bij hem kwam moest ik mij inhouden om niet over zijn slordige haag te beginnen. Op den duur ging ik nooit meer bij hem op bezoek. Het hielp wel dat hij ondertussen overleden was. Mijn grootmoeder bleef eenzaam achter. Enkel de melkboer gaf haar soms een knipoog, al was hij aan de blinde kant. Op een dag liep de kat de straat over. Er passeerde net geen auto, dus het beest had geluk. Mijn grootmoeder huilde van opluchting. Ze had net de zakdoeken gestreken, dus ook dat kwam goed uit. Ze nam een zakdoek en droogde haar tranen. De televisie stond nog aan. De buurvrouw riep door de brievenbus dat het mooi weer was voor de tijd van het jaar.

de wijkagent

De vraag was en bleef: waarom?
De minister van banale interventies in nutteloze commissies stak zijn hand op en riep: hoe lang nog?
Een mier kroop door het oog van de naald.

woensdag 2 september 2009

voor lisa

Hoe oud ben je nu? Vijf maand? Alleszins nog heel jong. Je hebt een oudere zus en een oudere broer. Met een beetje chance blijf je de benjamin van het gezin, net zoals ik, vroeger. Het verwend nest. Tof dat dat was!

Je bent een erg mooie baby, al vijf maand lang. En dat is redelijk uniek, neem dat van mij aan. Veel mooie baby's zijn er niet, zeker niet gedurende zo een lange periode. Natuurlijk kan het die baby's allemaal niet schelen. En jou evenmin. Al denk ik wel dat de grote mensen toch net iets liever lachen naar mooie baby's dan naar, hoe zou ik het zeggen, lelijke mongolen.

Het fantastische is dat je ook heel lief bent. Je lacht om de vijf voeten. Ja, ook naar mij, je nonkel. Nonkel, raar woord is dat. Geef mij maar papa. Maar soit, wat ik wou zeggen: je bent superlief. Natuurlijk zijn je zus en broer ook lief, maar als ik heel eerlijk ben toch niet zo lief als jij. Alhoewel, toen je zus een klein baby'tje was, ergens in het verre Spanje, vond ik haar ook wel erg lief.

Mijn eigen kinderen, Lisa, vind ik ook fantastisch. Het zijn warme, enthousiaste en liefdevolle knuffelberen. Ze verbazen mij elke dag, meestal in de positieve zin. Soms ben ik wel heel kwaad; dan schreeuw ik de hele straat bijeen en duw kasten op de vloer. Gelukkig hebben we nog geen parket. Alles op zijn tijd, nietwaar.

ellezelles

Simpel kan ik het allemaal niet noemen. Ik geef zelfs toe dat het niet gemakkelijk is. Het drukt zijn stempel op van alles. Het weegt, maar beweegt niet. Het is niet zo dat het vermoeiend is, maar het zou kunnen dat iedereen, alleman het al ooit heeft meegemaakt. Het is een mysterie, een liefdevol zwijgen. Het zweeft maar door de lucht, ongenaakbaar maar o zo fragiel.

Ik wou dat mijn hond stopte met blaffen, ook al heb ik geen hond en zal ik er misschien ook nooit een hebben. Het kan mij zelden schelen wat honden van mij denken. Soms zie ik er eentje kijken, zo van: komaan, dikke loser, geef mij toch een aaitje of op zijn minst een kippepoot. Maar ik negeer zo'n beest dan straal. Ben ik onmenselijk? Onbeleefd? Goddelijk? Naar het schijnt geen van de drie.

woensdag 26 augustus 2009

first things first

Mijn moeder was enig kind. Ze groeide op in het Antwerpse. Haar vader was een Hollandse jood, haar moeder sprak Frans, ook al was ze Vlaams. Mijn moeder werd Franstalig opgevoed. Maar op een gegeven moment moest ze naar een Nederlandstalige school. Het was er donker, koud en aftands. De leraren waren dom, zielig en bekrompen. Mijn moeder vond het er fantastisch.

Jaren later baarde mijn moeder vier kinderen, gelukkig voor haar niet tegelijkertijd. Een van die vier was ik. De jongste. Ik ging naar school in Gent. Ik haalde altijd goede punten. Ja, ik was een slimme jongen. Ik weet nog goed dat meester Dobbelaere mij heel graag had. Puur op platonisch vlak dan.

Jaren later baarde mijn vriendin twee kinderen. De jongste is nu bijna twee. Hij huilt verschrikkelijk als we hem in de crèche afzetten. Zijn zus is bijna vier en kan net fietsen zonder steunwielekes. Ik ben nog fierder dan zij.

zaterdag 22 augustus 2009

die schweinen

Meestal doe ik geen klop aan de verloedering van de maatschappij. Ik geef dat grif toe. Ik kijk toe van aan de zijlijn en geef commentaar. Commentaar geven is gemakkelijk. Zo keek ik overlaatst naar een bende gehandicapten die de straat trachtte over te steken. Het ging heel moeizaam; auto's begonnen te claxonneren. Een dikke madam op een stadsfiets verloor door de plotse commotie haar evenwicht en viel op een gepensioneerde, doofstomme man die net zijn lenzen aan het zoeken was in de riool. Ik vond dit allemaal nogal overdreven en dacht bij mezelf dat ze de bushokjes toch veel mooier konden inrichten tegenwoordig.

vrijdag 21 augustus 2009

in de mix

Het gebeurde wel vaker dat ik niet wist of ik nu in je ogen dan wel naar je mond moest kijken, maar deze keer was de twijfel echt enorm. Ik koos uiteindelijk voor je neus. Mooie neus, dat wel, maar erg veel energie haalde ik er toch ook niet uit. Ik keek even naar de hemel achter jou. De hemel was blauw, hemelsblauw. Ik zag je spreken, maar hoorde niets. Ik zag je knipperende ogen, je mooie lach, je Colgate-tanden. Een duif vloog voorbij, vliegensvlug. Mijn hand in mijn zak speelde met een aansteker. Het kon mij allemaal niets meer schelen, ik nam je vast en gaf je een redelijk lange kus vol op de mond.

Een zwijntje knorde onverschillig, kinderen schommelden uitgelaten, duiven vlogen heen en weer, de ene al wat sneller dan de andere. Wat deed dat zwijntje hier eigenlijk? Ik besefte dat mijn gedachten begonnen af te dwalen. Ik staakte mijn verrassingskus en liep heen. Je riep nog hé, blijf hier. Maar ik had belangrijke zaken te doen aan de andere kant van de wereld. Het vliegtuig vertrok binnen een uurtje of zo.

vrijdag 14 augustus 2009

waarom boten zinken

Zwijg mij van roltrappen; ik haat ze. Hoe ze rollen en lawaai maken. Hoe ze kleine kindjes pijnigen en angst aanjagen. Hoe ze rollen. Had ik al gezegd dat ze rollen? Ik haat hun gerol. Ze rollen verkeerd, wansmakelijk, belachelijk, triestig en op het decadente af!

Mijn grootmoeder draait zich om in haar veel te kleine graf. Ze was extreem dik. De grafdelvers waren blijkbaar slecht geïnformeerd en hadden een doorsnee put gegraven. Ze hebben mijn grootmoeder er zijlings in gegooid, en dan nog moesten ze met twee op haar staan springen om haar er volledig in te krijgen. Zelfs de pastoor stond op het punt om mee te helpen, maar dat was net niet nodig. Alleszins, door al die kloteroltrappen draait mijn grootmoeder zich - spreekwoordelijk uiteraard - om in haar graf.

Maar waarom sta ik hier pannenkoeken te bakken? Hoeveel scherven heb ik al veroorzaakt? Dertien? Het kan mij geen barst schelen. Ik fluit naar opwindende dames wanneer ik wil. Niemand zal mij tegenhouden. Ik werk op de zenuwen, in het zwart, de klok rond. Ik weiger mensen de les te spellen, ook al was spelling mijn favoriete vak op school. Het zweet des aanschijns druipt van mijn oksels. Heerlijk? Ik vind van niet.

dinsdag 4 augustus 2009

de melk stond buiten

Het fijne aan wolken is ongetwijfeld hun verlangen naar stabiliteit.
Het volkstoneel was nog niet ten einde, maar ik keerde toch huiswaarts.
Het eeuwige zagemeel bleek eens te meer pure waanzin.
Hoe het ook zij: het verraste mij enigszins dat Evert graag erwtjes at.

pingpongen zonder reden

Mankend zocht ik naar lucifers. Ik vond er geen. Ik vroeg vuur aan een bende jonge Turken. Ze hadden geen vuur. Ik mankte een winkel binnen en kocht een aansteker, twee appels en een strip van Jommeke. De winkelier wenste me een fijne dag. Ik antwoordde dat hij zijn fijne dag in zijn vuile reet kon steken. Dat gezegd hebbende voelde ik mij al een heel stuk beter.

Eenmaal terug in mijn stamcafé herinnerde ik mij een verhaal dat mijn grootvader altijd vertelde voor het ontbijt. Het was een schokkend verhaal, keihard, recht in de roos en redelijk sprookjesachtig. Het ging over konijnen, mieren, neuken, vrouwelijke geslachtsorganen en ongemaaid gras. Er vloeide sap, vocht, kaarsvet en motorolie. Er werd gebruld, gegeeuwd, gebeukt en overgegeven. De ogen van mijn grootvader fonkelden telkens opnieuw.

Mijn pint kwam net op tijd. Ik keek in het rond: mannen, vrouwen, tafels, stoelen, sigaretten, de bar, de barman, het toilet, een raam, sanseveria's. Buiten reed een bus over een vluchtheuvel. Of was het een verhoogde inrichting? Dat moest ik beslist eens aan Flor Coninkx vragen. Of was het Koninckx? Dat moest ik hem ook zeker vragen.

zondag 2 augustus 2009

de wens van ome willem

Ik woonde vroeger in een huis in een dorp. Het dorp had 1.800 inwoners en lag aan de Belgisch-Nederlandse grens. In België lag het huis, in Nederland de kakbeek, want riolering was er niet. Mijn ouders en mijn zussen woonden er ook.

Op een dag fietste mijn goede vriend Jan voorbij. Hij had kniepijn, hij snakte naar bier en hij was homofiel. Drie goede redenen om hem straal te negeren. Jaren later pleegde hij zelfmoord.

De mokkels die ik in mijn leven al geteld heb! Zeker vijftien!
Ik veinsde eens te meer interesse.
Ik keek dieper in mijn glas.
Mijn gsm bleef stil.

de gang door

Gisteren was een dag om nooit te vergeten. Niet alleen bruiste de Schweppes als nooit tevoren en sprongen sprinkhanen extreem vlug weg tijdens het grasmaaien, ook de buren leken extatisch en krijsten nogal nadrukkelijk tijdens het vrijen.

zaterdag 18 juli 2009

waardevol gefoeter

Ik vind: mensen met een handicap mag je niet zomaar afschrijven. Zeker niet over vijf jaar. Dertig jaar, dat kan er nog mee door. Maar let op! Het feit dat burgerlijke types het land regeren, wil niet zeggen dat je de hoop moet opgeven. Kaas met gaten laat je ook nooit koud.

Een ex-klasgenoot van mij leefde twee jaar op straat. Nu huurt hij een sociale woning. Zijn leefloon is hoog genoeg om rond te komen en god weet welke drugs allemaal te kopen. Met wat geluk kan hij zelfs sparen. Hij wil sparen om zijn studies te betalen. Hij wil een diploma; liefst in een richting waarvoor je niet al te veel moet studeren. Ik hoop dat hij het haalt, ooit. Ik hoop het van ganser harte.

zaterdag 20 juni 2009

wacko libido

Ik vroeg hem voor de zoveelste keer om de waarheid te spreken, maar geen haan die ernaar kraaide. Mijn grootmoeder keek liefdevol naar de hangklok. Het tikte elke halve seconde. Mijn grootvader zweeg als vermoord. Hij wilde niets lossen over zijn verleden als vuilnisman. Het was alsof hij zich schaamde. De kat van de buren keek door het raam naar binnen. Het tafereel dat ze voor zich zag had ze waarschijnlijk al honderd keer gezien. Ik zette de radio op off. Daarna fietste ik naar huis. Onderweg kwam ik Martha tegen, de dochter van de BV van het dorp. Op warme zomerdagen droeg ze zelden een bh. Helaas was het vandaag kil en winderig.