Wilde zwanen vlogen over toen ik je bedankte voor bewezen diensten.
Je stond perplex. Je had dit blijkbaar niet zien aankomen. Je begon te huilen. Je schreeuwde om genade. Je sprong uit het raam en landde na enkele seconden op een SUV. De SUV was er erg aan toe en jij was dood.
Een dame met te veel make-up stond perplex. Haar SUV was gloednieuw en hij reed toch zo goed. Ze voelde er zich veilig in en de mensen keken jaloers als ze passeerde. De negatieve reacties van een paar alterno's nam ze er graag bij.
Maar nu was haar auto dus perte totale. Een eerder onopvallende dame was ten einde raad uit het raam gesprongen en had niet eerst gecheckt of er geen geparkeerde auto's stonden. 'Hoe dom en onvoorzienend kan een mens zijn?' vroeg de eigenares van de SUV zich af.
Ze riep een taxi en reed naar huis. Het huis was leeg. Haar man was gaan werken en voor kinderen hadden ze nog geen tijd of zin gehad. 'Ben ik wel gelukkig?' dacht de dame, en ze deed de tv aan. Het was net Sara. Dat vond ze wel een leuk programma. Soms voelde ze zich Sara, maar dan iets knapper.
Haar man kwam thuis en rook naar een onbekend parfum. 'Zou het zover zijn?' dacht de vrouw, en ze ging naar het toilet. Haar man begon een lied te zingen. Dat deed hij altijd als hij zich schuldig voelde. Door het raam zag hij een paar zwanen overvliegen. 'Schone beesten, die meeuwen' mompelde hij en hij vulde zijn glas met een dubbele whisky.
zondag 27 april 2008
zaterdag 26 april 2008
worsten draaien
Al worsten draaiend riep de slachter zijn zoon en beval hem beter uit te kijken als hij per se nog eens een druif wou plukken.
De zoon snapte er niets van, en terecht. Zijn vader, de slachter, werd dementer met de dag. 'U wordt dement, vader.' zei de zoon heel eerlijk. 'Ik weet het, mijn zoon,' antwoordde de vader, 'ik word inderdaad dement van uw gezever over al die fucking druiven en dan maar in uw blootje kotsen in wijngaarden, ik ken dat, jongen, ik ken dat. Mij maakt ge geen blaaskes meer wijs, simpele duif dat ge zijt.'
Het viel op dat de klanten in de slagerij hun gesprekken staakten. Zelfs Mariette, de weduwe van Frans, hield haar mond, hetgeen praktisch nooit gebeurde.
Bijgevolg hadden de dorpelingen twee gespreksonderwerpen voor de komende dagen: de dementerende slachter die zijn zoon uitmaakt voor rotte vis, wat zeg ik, kloefkapper van 't grootste soort, en Mariette die enkele seconden haar mond had gehouden.
De zoon snapte er niets van, en terecht. Zijn vader, de slachter, werd dementer met de dag. 'U wordt dement, vader.' zei de zoon heel eerlijk. 'Ik weet het, mijn zoon,' antwoordde de vader, 'ik word inderdaad dement van uw gezever over al die fucking druiven en dan maar in uw blootje kotsen in wijngaarden, ik ken dat, jongen, ik ken dat. Mij maakt ge geen blaaskes meer wijs, simpele duif dat ge zijt.'
Het viel op dat de klanten in de slagerij hun gesprekken staakten. Zelfs Mariette, de weduwe van Frans, hield haar mond, hetgeen praktisch nooit gebeurde.
Bijgevolg hadden de dorpelingen twee gespreksonderwerpen voor de komende dagen: de dementerende slachter die zijn zoon uitmaakt voor rotte vis, wat zeg ik, kloefkapper van 't grootste soort, en Mariette die enkele seconden haar mond had gehouden.
Twee boeren liepen op den buiten. De ene zei tegen de andere:
'Kent gij die lol van die twee boeren op den buiten?'
Waarop de andere antwoordde: 'Nee, zeg ne keer.'
'Wel,' zei de ene boer, 'er liepen eens twee boeren op den buiten en de ene zei tegen de andere: 'Kent gij die lol van die twee boeren op den buiten?'
Waarop de andere antwoordde: 'Nee, zeg ne keer.'
'Is dat de lol?' vroeg de andere boer.
'Maar laat mij toch uitspreken!' riposteerde de ene boer en hij vervolgde:
''Is dat de lol?' vroeg de andere boer, waarop de ene boer lichtjes geïrriteerd raakte en riep: 'Maar laat mij toch uitspreken!''
'Flauw, hoor' zei de andere boer.
Maar de ene boer was nog niet klaar. Hij zei: 'De andere boer vond het niet meer leuk. Hij zei 'Flauw, hoor' en kreeg een slag in zijn gezicht.
Daarop sloeg de ene boer de andere in het gezicht.
Dat vond de andere boer dan weer wel grappig. Hij zei, duidelijk onder de indruk: 'Fijntje!'
Zo gaat dat nu eenmaal op den buiten.
'Kent gij die lol van die twee boeren op den buiten?'
Waarop de andere antwoordde: 'Nee, zeg ne keer.'
'Wel,' zei de ene boer, 'er liepen eens twee boeren op den buiten en de ene zei tegen de andere: 'Kent gij die lol van die twee boeren op den buiten?'
Waarop de andere antwoordde: 'Nee, zeg ne keer.'
'Is dat de lol?' vroeg de andere boer.
'Maar laat mij toch uitspreken!' riposteerde de ene boer en hij vervolgde:
''Is dat de lol?' vroeg de andere boer, waarop de ene boer lichtjes geïrriteerd raakte en riep: 'Maar laat mij toch uitspreken!''
'Flauw, hoor' zei de andere boer.
Maar de ene boer was nog niet klaar. Hij zei: 'De andere boer vond het niet meer leuk. Hij zei 'Flauw, hoor' en kreeg een slag in zijn gezicht.
Daarop sloeg de ene boer de andere in het gezicht.
Dat vond de andere boer dan weer wel grappig. Hij zei, duidelijk onder de indruk: 'Fijntje!'
Zo gaat dat nu eenmaal op den buiten.
vrijdag 4 april 2008
zindelijk zoals altijd
Mijn grootvader keek naar buiten en snakte naar Benidorm. Hij hield van frieten met gebakken spek en stak regelmatig naast het zebrapad de straat over. Zo rebels was hij wel.
Vijf eenzame fietsers reden door een heel eng bos. De maan scheen fel en arrogant. Een wolf huilde om zijn moeder. Konijnen sliepen in hun hol.
Mijn grootvader had de taak het bos toegankelijk te maken voor jong en oud. Hij begon met alle bomen neer te halen. Dan bouwde hij een hypermodern complex met enkele oranje tinten. Het was fantastisch. Kindjes huppelden doelloos rond, ouders babbelden met etalagepoppen, de lokale middenstand stierf uit.
Dan werd ik geboren. Ik was nog maar heel jong. Ik was moe maar voldaan.
Vijf eenzame fietsers reden door een heel eng bos. De maan scheen fel en arrogant. Een wolf huilde om zijn moeder. Konijnen sliepen in hun hol.
Mijn grootvader had de taak het bos toegankelijk te maken voor jong en oud. Hij begon met alle bomen neer te halen. Dan bouwde hij een hypermodern complex met enkele oranje tinten. Het was fantastisch. Kindjes huppelden doelloos rond, ouders babbelden met etalagepoppen, de lokale middenstand stierf uit.
Dan werd ik geboren. Ik was nog maar heel jong. Ik was moe maar voldaan.
maandag 24 maart 2008
mijn rekenmachine is kapot
Okee, vanaf nu enkel nog waarheidsgetrouwe meldingen, zoals deze: mijn walkman ligt al jaren op zolder. Of deze: een koptelefoon kan handig zijn. Of deze: veel van mijn stylo's schrijven niet meer. Ik zou er eens in moeten schiften.
En, wat sommige mensen uitermate interessant zullen vinden: mijn rekenmachine is nog lang niet kapot! Hij rekent nog als de beste! Fantastisch!
En, wat sommige mensen uitermate interessant zullen vinden: mijn rekenmachine is nog lang niet kapot! Hij rekent nog als de beste! Fantastisch!
de losers
Ze kwam en ze ging. Niemand verstond wat ze zei. Twee losers stonden met hun mond vol tanden. Een paraplu klapte open. Ze had hoge hakken aan. De barman stond op het podium en zong een liedje. Zijn begeleidingsband viel op het juiste moment in. Mensen juichten en klapten in de handen. Enkele losers riepen 'Al wie da nie springt' en werden scheef bekeken. De zon bleef schijnen. Ze keek in de spiegel en knipoogde naar zichzelf. De kuisvrouw zag dit gebeuren. Het liedje kwam ten einde. Mensen gingen naar huis. Een kraanman pinkte een traan weg met zijn ringvinger. Zijn vriend was vertederd. Het leven leek niet op te houden. Een duif bleef zitten en werd overreden door een bus. Ze lakte haar nagels. Ze hield van fakkels maar niemand wist waarom.
winter in afghanistan
Door de sneeuwbui van gisterenavond zijn al mijn kippen het bos in gevlucht. Ik hoorde ze luidruchtig kakelen en dacht nog, wat is hier aan de hand. Maar toen ik in mijn pyjama de tuin in struinde, waren ze al allemaal verdwenen.
Ik nam mijn jachtgeweer en liep het bos in. Het was stil in het bos. Een tak kraakte. Ik huiverde. De maan scheen.
Ik loste een schot en daarna een scheet. Veel kon ik daar niet aan doen. Ik dacht aan mijn zorgeloze jeugd en verliet het bos. Ik kroop terug in bed en viel in slaap.
Twee mannen kusten een geit vol op de mond. Het was duidelijk een mooie geit.
Ik werd wakker met een schreeuw: woehaa! Mijn levensgezellin was dat al gewoon, maar ik nog steeds niet. Ik poetste mijn tanden en waste enkele lichaamsdelen. Daarna kwam de melkman. Hij zei dat de postbode het niet zou halen vandaag.
Om veertien na negen zette ik de radio aan. Het nieuws was al tien minuten gedaan. Ik vond dat niet jammer, maar at wel mijn boterhammen op. Daar was ik principieel in.
Ik nam mijn jachtgeweer en liep het bos in. Het was stil in het bos. Een tak kraakte. Ik huiverde. De maan scheen.
Ik loste een schot en daarna een scheet. Veel kon ik daar niet aan doen. Ik dacht aan mijn zorgeloze jeugd en verliet het bos. Ik kroop terug in bed en viel in slaap.
Twee mannen kusten een geit vol op de mond. Het was duidelijk een mooie geit.
Ik werd wakker met een schreeuw: woehaa! Mijn levensgezellin was dat al gewoon, maar ik nog steeds niet. Ik poetste mijn tanden en waste enkele lichaamsdelen. Daarna kwam de melkman. Hij zei dat de postbode het niet zou halen vandaag.
Om veertien na negen zette ik de radio aan. Het nieuws was al tien minuten gedaan. Ik vond dat niet jammer, maar at wel mijn boterhammen op. Daar was ik principieel in.
zaterdag 22 maart 2008
mijn winkel
Mijn winkel draait goed. Ik verkoop vanalles, elke dag. Mensen keren tevreden terug.
Ik weet niet hoe ik het doe, maar ik ben ongelooflijk.
Daarnet kwam niemand mijn winkel binnen. Ik moest even slikken.
Ik weet niet hoe ik het doe, maar ik ben ongelooflijk.
Daarnet kwam niemand mijn winkel binnen. Ik moest even slikken.
zondag 16 maart 2008
in leven
Het schaap leefde maar één keer. Daarom blaatte ze de hele dag.
Een hele dag blaten, dat zijn niet veel schapen gegeven.
Ooit was er een schaap dat de hele voormiddag blaatte.
Alle schapen keken naar haar op. Zelfs onder de geiten had ze fans.
Maar een hele dag blaten, nee, dat kon zelfs zij niet.
Het was dus werkelijk van ongezien allooi dat een schaap de hele dag kon blaten.
De boeren in de straat hielden een volksraadpleging.
Eigenlijk was het niet aan de boeren om dit te organiseren.
Daarom werd het resultaat na weinig discussie door de koning nietig verklaard.
De boeren kwamen in opstand. Ze namen rieken en hun meest stinkende mest en trokken naar het koninklijk paleis.
Daar aangekomen werden ze vriendelijk ontvangen op de thee. Ze kregen zelfs een koekje.
Hun woede verdween en onverrichter zake stapten ze terug naar huis.
'Had ik het niet gedacht!' riep boer Alfons, die thuis was gebleven wegens een hardnekkige lumbago, woedend. 'Ge hebt u allemaal laten doen door een beetje thee!'
'Eh, er waren ook koekjes bij...' probeerde boer Gérard nog. Maar het mocht niet baten: boer Alfons nam zijn boeltje en vertrok.
Liesbet en Matthieu hielden van elkaar en ook wel van zichzelf.
Ze zagen boer Alfons passeren. Hij zag er woedend uit.
De trein passeerde ook. Wie weet zat Bert er wel op, de ex van Liesbet.
Liesbet dacht stiekem nog wel eens aan Bert. Matthieu wist dit en wou Bert dan ook het liefst van al vermoorden. Bert wist van niets. Hij was altijd al iets trager geweest dan de gemiddelde dorpeling.
Plots was het dorp in rep en roer.
Het schaap dat de hele dag blaatte, was gestopt met blaten!
'Het is een wonder!' riep de ene.
'De wereld vergaat! 'riep een ander.
'Mijn soep is aangebrand!' riep Zulma.
'Kust allemaal mijn kloten!'
Dat laatste kwam van boer Alfons.
Een hele dag blaten, dat zijn niet veel schapen gegeven.
Ooit was er een schaap dat de hele voormiddag blaatte.
Alle schapen keken naar haar op. Zelfs onder de geiten had ze fans.
Maar een hele dag blaten, nee, dat kon zelfs zij niet.
Het was dus werkelijk van ongezien allooi dat een schaap de hele dag kon blaten.
De boeren in de straat hielden een volksraadpleging.
Eigenlijk was het niet aan de boeren om dit te organiseren.
Daarom werd het resultaat na weinig discussie door de koning nietig verklaard.
De boeren kwamen in opstand. Ze namen rieken en hun meest stinkende mest en trokken naar het koninklijk paleis.
Daar aangekomen werden ze vriendelijk ontvangen op de thee. Ze kregen zelfs een koekje.
Hun woede verdween en onverrichter zake stapten ze terug naar huis.
'Had ik het niet gedacht!' riep boer Alfons, die thuis was gebleven wegens een hardnekkige lumbago, woedend. 'Ge hebt u allemaal laten doen door een beetje thee!'
'Eh, er waren ook koekjes bij...' probeerde boer Gérard nog. Maar het mocht niet baten: boer Alfons nam zijn boeltje en vertrok.
Liesbet en Matthieu hielden van elkaar en ook wel van zichzelf.
Ze zagen boer Alfons passeren. Hij zag er woedend uit.
De trein passeerde ook. Wie weet zat Bert er wel op, de ex van Liesbet.
Liesbet dacht stiekem nog wel eens aan Bert. Matthieu wist dit en wou Bert dan ook het liefst van al vermoorden. Bert wist van niets. Hij was altijd al iets trager geweest dan de gemiddelde dorpeling.
Plots was het dorp in rep en roer.
Het schaap dat de hele dag blaatte, was gestopt met blaten!
'Het is een wonder!' riep de ene.
'De wereld vergaat! 'riep een ander.
'Mijn soep is aangebrand!' riep Zulma.
'Kust allemaal mijn kloten!'
Dat laatste kwam van boer Alfons.
een bazooka
Ik hield een bazooka in mijn handen en schoot ermee op een duif. De duif spatte uiteen, hetgeen ik wel verwacht had. Wat mij echter verraste, was het gegeven dat mijn handen trilden. Dat was nog nooit eerder gebeurd, tenzij misschien die keer dat ik 25 euro had gewonnen met de Joker. Dat was gisteren.
vrijdag 7 maart 2008
opdoeken die zakdoeken
Een brug over de Schelde kan mij gestolen worden.
De Leie lijkt wel vriendelijk, maar is het zeker niet.
De Leie lijkt wel vriendelijk, maar is het zeker niet.
donderdag 6 maart 2008
de regen scheen
Jaak Pijpen maaide zijn gras alsof zijn leven ervan afhing.
Een kat miauwde zonder specifieke reden.
'Arrête!' riep een knappe Waalse.
'Pourquoi?' vroeg Jaak Pijpen.
'Voorrang van rechts,' antwoordde de knappe Waalse in perfect Nederlands.
'Mais tu viens de gauche!' protesteerde Jaak Pijpen.
'Oui,' gaf de Waalse toe.
'Wie? Toi bien sur! Tu es stupide ou quoi?'
De kat miauwde verder.
Ergens in Koerdistan ontplofte een bom.
Een kat miauwde zonder specifieke reden.
'Arrête!' riep een knappe Waalse.
'Pourquoi?' vroeg Jaak Pijpen.
'Voorrang van rechts,' antwoordde de knappe Waalse in perfect Nederlands.
'Mais tu viens de gauche!' protesteerde Jaak Pijpen.
'Oui,' gaf de Waalse toe.
'Wie? Toi bien sur! Tu es stupide ou quoi?'
De kat miauwde verder.
Ergens in Koerdistan ontplofte een bom.
een dialoog
'Qu'est-ce que tu veux?' vroeg een Française.
'Regarder dans tes yeux!' antwoordde Yves Leterme.
'Regarder dans tes yeux!' antwoordde Yves Leterme.
woensdag 27 februari 2008
80 rijmt op tachtig
Een kind speelde met een bal op een hoek van een straat.
De wind waaide, waardoor bladeren dansten.
Een zatlap reed te snel en met een gsm in de hand in een gele bmw.
De bal belandde op straat. De bmw reed erover. Het kind huilde. De zatlap stapte uit. Hij zei: 'Had Frank Deboosere zo een felle wind voorspeld?' Het kind snikte: 'Nee, maar Eddy De Mey wel.'
De wind waaide, waardoor bladeren dansten.
Een zatlap reed te snel en met een gsm in de hand in een gele bmw.
De bal belandde op straat. De bmw reed erover. Het kind huilde. De zatlap stapte uit. Hij zei: 'Had Frank Deboosere zo een felle wind voorspeld?' Het kind snikte: 'Nee, maar Eddy De Mey wel.'
donderdag 21 februari 2008
verwijfde mannen
Een verwijfde man stapte een café binnen en bestelde een koffie.
'Eén koffie aub,' zei hij tegen de barman.
'Komt eraan,' antwoordde de barman. De barman was ook redelijk verwijfd.
'Mooi weer vandaag,' zei de barman even later.
'Wat je zegt!' antwoordde de verwijfde man.
En zo hadden twee verwijfde mannen enkele nutteloze woorden gewisseld.
'Eén koffie aub,' zei hij tegen de barman.
'Komt eraan,' antwoordde de barman. De barman was ook redelijk verwijfd.
'Mooi weer vandaag,' zei de barman even later.
'Wat je zegt!' antwoordde de verwijfde man.
En zo hadden twee verwijfde mannen enkele nutteloze woorden gewisseld.
druk druk druk
Het was vandaag weer een superdrukke dag: het regende, dan scheen de zon, er stond een redelijk felle wind, het fietspad was niet goed onderhouden, duiven vlogen heen en weer, de ambulance passeerde in de namiddag, de bakker was gesloten en tot overmaat van ramp vond ik mijn lievelingskousen niet.
en hij zag goed dat het redelijk was
Vorige avonden liep hij alleen maar wat te zeiken tegen afgelegen lantaarnpalen en deze avond was niet anders: hij zocht een afgelegen lantaarnpaal en begon er tegen te zeiken. Ik riep nog 'maar jongen toch, zou je dat wel doen?' maar het had geen avance; hij zeikte tot hij erbij neerviel. Een auto naderde, vertraagde, maar reed dan toch maar door. Ik vond dat verschrikkelijk en belde de flikken. Ze namen niet op, dus ging ik maar naar huis. Daar aangekomen plofte ik in de zetel en viel uitgeput van het vele denken in een diepe slaap.
maandag 4 februari 2008
twee dan maar
Onze nieuwe auto reed als gegoten. We hielden van elkaar, zo op weg naar het zuiden. We stopten voor een capuccino uit een automaat in een tankstation. Met een beetje geluk was het een nieuw automaat; die hadden lekkere capuccino's.
De zon scheen. Enkele Duitsers voelden zich overdreven goed in hun vel en gooiden zomaar hun lege blikjes op de grond. Een vogel schreeuwde het uit.
Ik kuste je verrassend op de wang. Van het een kwam het ander en we ontdekten dat de veringen van onze auto goed werkten. Liever vier goede veringen dan een kop vol puisten, zei mijn grootvader altijd.
We keken op de kaart en zagen dat het noorden ginder lag. Je wees naar een voorbijrijdende auto, maar ik sloeg net mijn ogen dicht. De zon scheen er te fel in. Het was middag en Duitsers zweetten. We aten een broodje.
De siësta deed deugd. We droomden over allerlei zaken. Daarna was het tijd om weer door te rijden. Het was al donker aan het worden, dus deden we de lichten aan. Die schenen tevreden.
De zon scheen. Enkele Duitsers voelden zich overdreven goed in hun vel en gooiden zomaar hun lege blikjes op de grond. Een vogel schreeuwde het uit.
Ik kuste je verrassend op de wang. Van het een kwam het ander en we ontdekten dat de veringen van onze auto goed werkten. Liever vier goede veringen dan een kop vol puisten, zei mijn grootvader altijd.
We keken op de kaart en zagen dat het noorden ginder lag. Je wees naar een voorbijrijdende auto, maar ik sloeg net mijn ogen dicht. De zon scheen er te fel in. Het was middag en Duitsers zweetten. We aten een broodje.
De siësta deed deugd. We droomden over allerlei zaken. Daarna was het tijd om weer door te rijden. Het was al donker aan het worden, dus deden we de lichten aan. Die schenen tevreden.
dinsdag 22 januari 2008
een hollandse
'Wat denk jij van melaatsheid?' vroeg ik aan het meisje dat er tof uitzag.
'Ik hou meer van everzwijn,' antwoordde ze resoluut.
'Everzwijnen zijn prachtige dieren,' knikte ik instemmend.
'Hoe kan jij dat nu weten?' zei ze nogal aanvallend.
'Eh, de trein is toch altijd een beetje reizen hé!' Ik probeerde subtiel naar een ander onderwerp over te gaan.
'Nou, dat vind ik niet,' riposteerde ze.
Ik liet haar zitten. Die nou was er te veel aan.
'Ik hou meer van everzwijn,' antwoordde ze resoluut.
'Everzwijnen zijn prachtige dieren,' knikte ik instemmend.
'Hoe kan jij dat nu weten?' zei ze nogal aanvallend.
'Eh, de trein is toch altijd een beetje reizen hé!' Ik probeerde subtiel naar een ander onderwerp over te gaan.
'Nou, dat vind ik niet,' riposteerde ze.
Ik liet haar zitten. Die nou was er te veel aan.
een tak brak
Zonder te veel op de details in te gaan, moet toch iets gezegd worden over de boom die hier rechtover staat. Het is een populier.
Abonneren op:
Posts (Atom)