Mijn plannen om een volgende nationale betoging eens in een onnozel gehucht in plaats van in Brussel te organiseren, kregen vorm in Zwevezele. Ik had een zwak voor dergelijke plekken. Ze waren lelijk en troosteloos, zeker als het wolkendek zo dik was dat het leek alsof het de hele dag schemerde. Maar ik voelde me er goed. Hoe zieliger het dorp, hoe vrijer mijn gemoed.
Ik zat met mijn vrouw en kinderen in de goedkope gezinswagen. We stopten bij Slagerij het Serpent. We kochten vijf bouletten en een kwart kilo préparé. Mijn vrouw sprak West-Vlaams dus zij voerde het woord. Het Serpent vertelde over haar nonkel die op zijn sterfbed lag. Mijn vrouw knikte en betaalde, ik keek naar een dode kip.
Zouden we picknicken op het kerkhof of in een bushokje? Het werd ergens tussenin. De jongste at een volledige boulet. De middelste gooide steentjes naar een vuilbak. De oudste neuriede de hele tijd. Een vrachtwagen van H. Essers denderde over de kasseien. Het beloofde een mooie dag te worden.
Posts tonen met het label zwevezele. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zwevezele. Alle posts tonen
maandag 24 november 2014
dinsdag 8 februari 2011
de botvangers
Er was geen wezenlijk verschil tussen honger lijden en naar Thuis kijken. Mijn toestand daarentegen was gloednieuw: dromend van Zwevezele by night. Mijn huiskat zat op de vensterbank en loerde naar het levende mummie dat Marianne heet. Haar man - dokter Geert - acteerde weer eens de pannen van het dak. Ik kokhalsde bij zoveel tristesse.
Mijn zussen groeiden samen met mij op in het onooglijke dorp Boekhoute, parel aan de Belgisch-Nederlandse grens. Vissersdorp zonder haven. Jaarlijkse hoogtepunt: de Garnaalfeesten. Tijdens die feesten maakten wij altijd dat we iets in Gent te doen hadden. Terwijl mijn ene zus foute vrienden opzocht, ging ik met mijn andere zus naar de Bourgoyen om zeldzame zwanen te spotten. Ja, zo waren wij wel: jong en ambitieus, echte lefgozers.
Water gleed van de voorruit. Mijn Daewoo Lanos brulde van plezier, zijn ruitenwissers konden de zondvloed met moeite aan. Een bejaard vrouwtje keek mijn richting uit. Ik zwaaide en stak vervolgens mijn fuckvinger uit. Ze sloeg een hand voor haar mond, trok haar wenkbrauwen op en struikelde over haar keffer. Ik stapte uit en nam het dier in mijn armen. Tranen rolden van onze wangen.
Mijn zussen groeiden samen met mij op in het onooglijke dorp Boekhoute, parel aan de Belgisch-Nederlandse grens. Vissersdorp zonder haven. Jaarlijkse hoogtepunt: de Garnaalfeesten. Tijdens die feesten maakten wij altijd dat we iets in Gent te doen hadden. Terwijl mijn ene zus foute vrienden opzocht, ging ik met mijn andere zus naar de Bourgoyen om zeldzame zwanen te spotten. Ja, zo waren wij wel: jong en ambitieus, echte lefgozers.
Water gleed van de voorruit. Mijn Daewoo Lanos brulde van plezier, zijn ruitenwissers konden de zondvloed met moeite aan. Een bejaard vrouwtje keek mijn richting uit. Ik zwaaide en stak vervolgens mijn fuckvinger uit. Ze sloeg een hand voor haar mond, trok haar wenkbrauwen op en struikelde over haar keffer. Ik stapte uit en nam het dier in mijn armen. Tranen rolden van onze wangen.
zondag 31 oktober 2010
adebayor
Tom Waes kent geen fluit van wasknijpers, zei mijn grootvader net voor hij de pijp uitging. Het was een hete middag in Zwevezele en wespen vlogen af en aan. Wasknijpers, ging hij verder, bestaan in allerlei maten en gewichten. Die van de Aldi zijn rampzalig, na twee keer zijn ze kapot. Maar die van de Colruyt zijn ook niet echt dat, er zit veel te weinig spankracht op, waardoor iets zwaardere kledingstukken steevast op de grond vallen.
Ik blijf fan van de houten knijpers, ook al steken de plastieken varianten hen in kwaliteit voorbij, aldus mijn grootvader die ondertussen een éclair at. Ja, jongen, ik voel dagelijks een onweerstaanbare drang om éclairs te eten, zei hij elke keer toen ik bij hem op bezoek kwam. Mijn grootvader, de hansworst, zag niet in dat Citroën Berlingo's, Peugeot Partners en Renault Kangoo's gewoonweg krak dezelfde auto's waren. Met veel misbaar trok hij zijn ogen op en riep: Turken, dàt zijn pas keikoppen.
Ik voelde dat hij niet lang meer te leven had. Mijn handen trilden van angst en van de freesmachine waarmee ik zijn tuin omploegde. Spitten was voor jeanetten, zei mijn grootvader altijd. Hij huilde zelden, dat is correct. De enige traan die ik ooit bij hem heb zien vallen, was er eentje van verwaarloosbaar allooi.
Ik blijf fan van de houten knijpers, ook al steken de plastieken varianten hen in kwaliteit voorbij, aldus mijn grootvader die ondertussen een éclair at. Ja, jongen, ik voel dagelijks een onweerstaanbare drang om éclairs te eten, zei hij elke keer toen ik bij hem op bezoek kwam. Mijn grootvader, de hansworst, zag niet in dat Citroën Berlingo's, Peugeot Partners en Renault Kangoo's gewoonweg krak dezelfde auto's waren. Met veel misbaar trok hij zijn ogen op en riep: Turken, dàt zijn pas keikoppen.
Ik voelde dat hij niet lang meer te leven had. Mijn handen trilden van angst en van de freesmachine waarmee ik zijn tuin omploegde. Spitten was voor jeanetten, zei mijn grootvader altijd. Hij huilde zelden, dat is correct. De enige traan die ik ooit bij hem heb zien vallen, was er eentje van verwaarloosbaar allooi.
dinsdag 10 augustus 2010
gratin gratuit
Wispelturig ben ik niet, hongerig daarentegen des te meer. De frangipanes die ik in mijn leven al gegeten heb, zijn niet te tellen. Zeker niet op één hand. Wat zou ik zijn zonder handen? Eenzaam?
De wereld, dat vreemde ding waarin we zoeken naar geluk, loopt stilaan op haar laatste benen. Het kreunt onder ons dwangmatig dweilen met deuren open. Ik dacht overlaatst aan vroeger, toen Suske en Wiske nog rolmodellen waren, maar ik hielp de wereld geen vingerbreed verder.
Het wandtapijt dat per vergissing op de vloer van een villa in Zwevezele was beland, bevatte zoveel huisstofmijt dat zelfs Joost moest niezen. Hij vulde zijn verdere miserabele leven met het zoeken naar de ideale zakdoek. Zijn schoonmoeder zag haar voorspelling uitkomen. Ik hield het bij achteloos fluiten op weg naar de bakker.
De wereld, dat vreemde ding waarin we zoeken naar geluk, loopt stilaan op haar laatste benen. Het kreunt onder ons dwangmatig dweilen met deuren open. Ik dacht overlaatst aan vroeger, toen Suske en Wiske nog rolmodellen waren, maar ik hielp de wereld geen vingerbreed verder.
Het wandtapijt dat per vergissing op de vloer van een villa in Zwevezele was beland, bevatte zoveel huisstofmijt dat zelfs Joost moest niezen. Hij vulde zijn verdere miserabele leven met het zoeken naar de ideale zakdoek. Zijn schoonmoeder zag haar voorspelling uitkomen. Ik hield het bij achteloos fluiten op weg naar de bakker.
dinsdag 16 februari 2010
hoepahoel
"When I've got that farting feeling, you'll be gone, gone, gone." Ja, geniale liedjesteksten zijn echt wel mijn ding. Ik verzin ze alsof het niets is. Laatst zei mijn achteroom zelfs dat zijn kleine teen jeukte omdat het in Zwevezele regende. En mijn beste vriend, Jaap Stam, verloor zijn stembanden bij het hoesten rond halftien. Ik smakte misselijkmakend tegen het beschadigde asfalt. Ja, de vorst had zijn werk gedaan: linten doorgeknipt, handjes geschud, geposeerd voor een fotograaf van De Courant van Gruut-Wakkegem. Zijn hond legde ondertussen drollen.
vrijdag 29 januari 2010
nostalgie
Waar is de tijd dat ik op een winterdag samen met mijn grootvader ging vissen en na een dag onderkoeld thuiskwam zonder vis? Waar is de tijd dat Evert mij elke ochtend op weg naar school voetjelapte en in de modder duwde? Waar is de tijd dat mijn homo-buurman mij met een veelbetekenende knipoog uitnodigde om samen potten te bakken? Waar is de tijd dat ik niet durfde voorover buigen uit angst voor een onverwachte anale aanval van diezelfde buurman? Ach, waar is de tijd? 't Waren mooie jaren vol verdriet, pijn, haat en zure melk. Ik vond het verschrikkelijk toen ik werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis van Zwevezele. Mijn veilige omgeving maakte plaats voor een bende zotten met trauma's allerhande. Ik zat daar als enige normale jongen; het was niet te harden. Ik werd uitgelachen, bespuugd en vervolgens jarenlang genegeerd. Sommige verplegers hadden gelukkig wel medelijden: ze aaiden mij en kropen 's nachts stiekem in mijn bed. Ik moest dan zwijgen, want anders vloog ik in de isoleercel. Ach, de isoleercel! Hoeveel dagen heb ik daar gespendeerd? Eenzaam, verlaten, uitgehongerd. Ja, ik had een heerlijke jeugd. Waar is de tijd toch gebleven?
vrijdag 27 november 2009
vijzen, boter, dreadlocks
Het meest aanvaardbare antwoord dat God mij overmorgen zal geven gooi ik nu al overboord. Ik heb zijn goede raad niet nodig. Omgekeerd moet hij er ook niet op rekenen dat ik zijn probleempjes aanhoor. Ik ben God niet.
De wijn die ik gisteren in één gigantische teug opdronk en enkele minuten later in één bulderende straal in de buurt van het toilet loste, smaakte.
Vijf ongewillige hoeren stapten op mij af. Ze boden mij een weekendje Zwevezele aan. Ik weigerde categoriek. Ik haat Zwevezele.
Laat ik het zo samenvatten: vijzen, boter, dreadlocks. Een fietstocht kan er desnoods ook nog bij.
De wijn die ik gisteren in één gigantische teug opdronk en enkele minuten later in één bulderende straal in de buurt van het toilet loste, smaakte.
Vijf ongewillige hoeren stapten op mij af. Ze boden mij een weekendje Zwevezele aan. Ik weigerde categoriek. Ik haat Zwevezele.
Laat ik het zo samenvatten: vijzen, boter, dreadlocks. Een fietstocht kan er desnoods ook nog bij.
woensdag 10 juni 2009
mozambique
Alle Mexicanen en vooral mezelf ten spijt heb ik meer weg van een eenzame straathoekwerker uit Zwevezele dan de zoveelste gynaecoloog die om louter voyeuristische redenen het vak is beginnen leren. Ik ken ze wel, de zogezegde wereldverbeteraars, ze verdienen hun geld op de kap van ons, brave dutsen, die denken bij een idealist terecht gekomen te zijn. Hoeveel idealisten zijn er nog? Wie doet nog écht iets uit morele noodzaak? Ik alleszins niet.
Meestal stel ik mij vragen die er nog minder toe doen dan 'Waar is het toilet?' Al is deze vraag wereldwijd al talloze mensen van pas gekomen. In sommige situaties is het zelfs de meest pertinente vraag die kan gesteld worden. En als ik heel eerlijk ben: bijna dagelijks brandt die vraag naast uitdovende sigaretten op mijn lippen. Ben ik daarom de vreemde eend in de bijt? Wie is radeloos op zoek naar bieslook? Ik alleszins niet.
Meestal stel ik mij vragen die er nog minder toe doen dan 'Waar is het toilet?' Al is deze vraag wereldwijd al talloze mensen van pas gekomen. In sommige situaties is het zelfs de meest pertinente vraag die kan gesteld worden. En als ik heel eerlijk ben: bijna dagelijks brandt die vraag naast uitdovende sigaretten op mijn lippen. Ben ik daarom de vreemde eend in de bijt? Wie is radeloos op zoek naar bieslook? Ik alleszins niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)