Posts tonen met het label bart de wever. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bart de wever. Alle posts tonen
vrijdag 2 oktober 2015
woensdag 17 december 2014
de legende van bart de wever
'Ga je nog eens de legende van Bart De Wever vertellen, opa?' vroeg Franske in het voorjaar van 2146 aan zijn grootvader. 'Maar je hebt dat verhaal al zeker honderd keer gehoord,' zei opa. 'Ja, maar het is zo schoon. Please?' Franske zette zijn beste puppyface op. Opa zuchtte diep. 'Oké dan, ventje.'
'Er was eens, meer dan 130 jaar geleden, een dikke man die de macht greep in het donkere Vlaanderen. Het waren tijden van ontsporende beurzen, crashende banken, toenemende ongelijkheid en ultraliberale dogma's. Na de middeleeuwen, de renaissance, de Verlichting en de nieuwste tijd zou dit tijdperk achteraf de naam 'postmoderne middeleeuwen' krijgen. Die man was oorspronkelijk heel dik en Vlaamsgezind, maar na een tijd werd hij heel mager en Thatcheriaans. Zijn naam was Bart De Wever.
Bart De Wever was burgemeester van de havengemeente Antwerpen, dat toen nog niet onder water lag. In plaats van die plek resoluut in de 21ste eeuw te trekken en met vooruitziende, ecologische projecten een internationale pioniersrol op te nemen, gaf hij alle macht aan koning auto en keizer ondernemer. Na enkele jaren was het inwonersaantal gehalveerd en de ongelukkigen die niet verhuisden, stierven uiteindelijk door luchtvervuiling of politieknuppels.
Maar wat hij met het toenmalige Vlaanderen en België deed, was van een nog erger kaliber. Oké, de meeste mensen hadden op hem gestemd, hij was dus democratisch aan de macht gekomen. Maar eigenlijk was dat niet zo moeilijk. Hij was de beste orator van zijn generatie, hij was intelligent en ad rem. Hij won elk debat. Wat wil je? Zijn concurrenten waren de laagvliegers van hun generatie. Zowel aan linker- als rechterzijde stonden gedurende jaren prutsers aan het roer. Stel dat die Bart De Wever geen rechtse nationalist was maar een groene communist, de hele meute zou groenlinks gestemd hebben. Het zou echter nog een paar decennia duren vooraleer de juiste mensen opstonden en een echt alternatief discours ontwikkelden, dat de basis vormde voor de wereldwijde less is more maatschappij waar we nu in leven.
Maar in tussentijd had het voormalige zwaargewicht vrij spel in het land dat hij wilde opblazen. Hij speelde het slim: hij bleef braafjes burgemeester van zijn dorp, een Franstalige liberaal was officieel de leider van het land. Maar iedereen, zelfs de caissières van de Aldi, wisten dat Bart De Wever alle touwtjes in handen hield. Hij bepaalde wat, waar, wanneer, wie en hoe. De besparingen die hij oplegde, troffen iedereen behalve de rijke ondernemers. Zij ontsprongen de dans. Bart De Wever was de DJ.
Er waren stakingen en betogingen, het ging van kwaad naar erger. De toenmalige regering wilde van geen plooien weten. Water bij de wijn, dat kenden ze niet. Ze marcheerden stug door, blindelings hun grote leider volgend. Ze walsten alle hoop plat. Ze wilden rijkdom creëren, maar negeerden daarbij de belangrijkste factoren voor een rijke samenleving: geloof in de toekomst, solidariteit, warmte. De daling van de koopkracht die ze zelf bewerkstelligden, zorgde voor een neerwaartse spiraal en een steeds armer land. De rijke ondernemers en industriëlen hadden dit al snel door en trokken naar het buitenland, waardoor Bart De Wever overbleef met dat deel van het plebs waar hij zijn neus voor optrok: de gewone man.
Maar natuurlijk kon hem dit au fond weinig schelen. Zijn doel was namelijk van Vlaanderen een onafhankelijke republiek maken, met Antwerpen als hoofdstad en hijzelf als president. Hij wilde bewijzen dat het project België een eeuwenoude nachtmerrie was en dat het gemakkelijk in een droom kon veranderen: splitsen die handel. Naar een onafhankelijk Vlaanderen - waar iedereen Vlaams sprak - zouden de investeerders wel snel terugkomen. Dus hoe sneller het oude België bergaf ging, hoe beter. De slachtoffers die ondertussen zouden vallen, waren collateral damage. Het doel heiligt de middelen.
Bart De Wever was echter één ding vergeten: het gewone volk, dat aanvankelijk massaal op hem gestemd had, was toch niet zo dom als het eruit zag. Bij de eerstvolgende verkiezingen stemde het op alle partijen die geen N-VA heetten. De regering die vervolgens gevormd werd maakte er ook een potje van, maar geleidelijk aan herstelde het land en groeide het geloof in een echte toekomst. En plots stonden ook de juiste visionaire politici op, die onze regio omvormden van Meli naar Plopsaland.'
'Plopsaland, joepie!' riep Franske en vredig viel hij in een diepe slaap.
'Er was eens, meer dan 130 jaar geleden, een dikke man die de macht greep in het donkere Vlaanderen. Het waren tijden van ontsporende beurzen, crashende banken, toenemende ongelijkheid en ultraliberale dogma's. Na de middeleeuwen, de renaissance, de Verlichting en de nieuwste tijd zou dit tijdperk achteraf de naam 'postmoderne middeleeuwen' krijgen. Die man was oorspronkelijk heel dik en Vlaamsgezind, maar na een tijd werd hij heel mager en Thatcheriaans. Zijn naam was Bart De Wever.
Bart De Wever was burgemeester van de havengemeente Antwerpen, dat toen nog niet onder water lag. In plaats van die plek resoluut in de 21ste eeuw te trekken en met vooruitziende, ecologische projecten een internationale pioniersrol op te nemen, gaf hij alle macht aan koning auto en keizer ondernemer. Na enkele jaren was het inwonersaantal gehalveerd en de ongelukkigen die niet verhuisden, stierven uiteindelijk door luchtvervuiling of politieknuppels.
Maar wat hij met het toenmalige Vlaanderen en België deed, was van een nog erger kaliber. Oké, de meeste mensen hadden op hem gestemd, hij was dus democratisch aan de macht gekomen. Maar eigenlijk was dat niet zo moeilijk. Hij was de beste orator van zijn generatie, hij was intelligent en ad rem. Hij won elk debat. Wat wil je? Zijn concurrenten waren de laagvliegers van hun generatie. Zowel aan linker- als rechterzijde stonden gedurende jaren prutsers aan het roer. Stel dat die Bart De Wever geen rechtse nationalist was maar een groene communist, de hele meute zou groenlinks gestemd hebben. Het zou echter nog een paar decennia duren vooraleer de juiste mensen opstonden en een echt alternatief discours ontwikkelden, dat de basis vormde voor de wereldwijde less is more maatschappij waar we nu in leven.
Maar in tussentijd had het voormalige zwaargewicht vrij spel in het land dat hij wilde opblazen. Hij speelde het slim: hij bleef braafjes burgemeester van zijn dorp, een Franstalige liberaal was officieel de leider van het land. Maar iedereen, zelfs de caissières van de Aldi, wisten dat Bart De Wever alle touwtjes in handen hield. Hij bepaalde wat, waar, wanneer, wie en hoe. De besparingen die hij oplegde, troffen iedereen behalve de rijke ondernemers. Zij ontsprongen de dans. Bart De Wever was de DJ.
Er waren stakingen en betogingen, het ging van kwaad naar erger. De toenmalige regering wilde van geen plooien weten. Water bij de wijn, dat kenden ze niet. Ze marcheerden stug door, blindelings hun grote leider volgend. Ze walsten alle hoop plat. Ze wilden rijkdom creëren, maar negeerden daarbij de belangrijkste factoren voor een rijke samenleving: geloof in de toekomst, solidariteit, warmte. De daling van de koopkracht die ze zelf bewerkstelligden, zorgde voor een neerwaartse spiraal en een steeds armer land. De rijke ondernemers en industriëlen hadden dit al snel door en trokken naar het buitenland, waardoor Bart De Wever overbleef met dat deel van het plebs waar hij zijn neus voor optrok: de gewone man.
Maar natuurlijk kon hem dit au fond weinig schelen. Zijn doel was namelijk van Vlaanderen een onafhankelijke republiek maken, met Antwerpen als hoofdstad en hijzelf als president. Hij wilde bewijzen dat het project België een eeuwenoude nachtmerrie was en dat het gemakkelijk in een droom kon veranderen: splitsen die handel. Naar een onafhankelijk Vlaanderen - waar iedereen Vlaams sprak - zouden de investeerders wel snel terugkomen. Dus hoe sneller het oude België bergaf ging, hoe beter. De slachtoffers die ondertussen zouden vallen, waren collateral damage. Het doel heiligt de middelen.
Bart De Wever was echter één ding vergeten: het gewone volk, dat aanvankelijk massaal op hem gestemd had, was toch niet zo dom als het eruit zag. Bij de eerstvolgende verkiezingen stemde het op alle partijen die geen N-VA heetten. De regering die vervolgens gevormd werd maakte er ook een potje van, maar geleidelijk aan herstelde het land en groeide het geloof in een echte toekomst. En plots stonden ook de juiste visionaire politici op, die onze regio omvormden van Meli naar Plopsaland.'
'Plopsaland, joepie!' riep Franske en vredig viel hij in een diepe slaap.
dinsdag 5 juni 2012
de wereld (die welt)
Ik ben de wereld. De molshopen in mijn tuin. De wereldreizen die ik nooit zal maken. Spaghetti bolognaise met krampen als gevolg. Ik ben Turkije, algebra, Obama met tandpijn.
Ik ben de slechtste reclame ooit, die van Jetair, met die twee etters van kinderen. Ik ben Walter Capiau, Frank Deboosere, Bart De Fucking Wever. Ik ben de onopvallende decolleté van vrouwen die niet beseffen dat ze prachtige borsten hebben. De grasmachine van de buren, een geeuw die langer mag duren.
Ik ben de ontbossing, de uitlaatgassen, de overbevolking, de goedkoopste tuinslang uit de Aveve. De Nopri van vroeger. De bio-time producten uit de Colruyt. Dreamland waar kinderen hysterisch huilen omdat ze niet weten wat te kiezen. Ikea waar mannen verdwaasd achter hun vrouw aansloffen. Verse basilicum op tomaten, met een heerlijk vinaigrettesausje, zelf gemaakt, met honing en mosterd.
Ik ben Suske en Wiske, Roodkapje, Pippi Langkous. Walter Van Beirendonck, huilend bij zijn moeder. Ik ben zijn moeder, vrezend voor dementie. Ik ben de regen, de roltrappen van de Inno. Of van de metro in Londen. Ik ben de hoeren van Brussel-Noord. De orang-oetangs van de Zoo in Antwerpen. De pony hier in de weide naast mijn huis, met zijn megagrote lul.
Ik ben het, de man zonder boodschap, zonder enige clou. Zonder verhaal, zonder begin en zonder einde.
Ik ben de slechtste reclame ooit, die van Jetair, met die twee etters van kinderen. Ik ben Walter Capiau, Frank Deboosere, Bart De Fucking Wever. Ik ben de onopvallende decolleté van vrouwen die niet beseffen dat ze prachtige borsten hebben. De grasmachine van de buren, een geeuw die langer mag duren.
Ik ben de ontbossing, de uitlaatgassen, de overbevolking, de goedkoopste tuinslang uit de Aveve. De Nopri van vroeger. De bio-time producten uit de Colruyt. Dreamland waar kinderen hysterisch huilen omdat ze niet weten wat te kiezen. Ikea waar mannen verdwaasd achter hun vrouw aansloffen. Verse basilicum op tomaten, met een heerlijk vinaigrettesausje, zelf gemaakt, met honing en mosterd.
Ik ben Suske en Wiske, Roodkapje, Pippi Langkous. Walter Van Beirendonck, huilend bij zijn moeder. Ik ben zijn moeder, vrezend voor dementie. Ik ben de regen, de roltrappen van de Inno. Of van de metro in Londen. Ik ben de hoeren van Brussel-Noord. De orang-oetangs van de Zoo in Antwerpen. De pony hier in de weide naast mijn huis, met zijn megagrote lul.
Ik ben het, de man zonder boodschap, zonder enige clou. Zonder verhaal, zonder begin en zonder einde.
dinsdag 29 mei 2012
soep voor dummies
Het was een prachtige ochtend. De zon scheen, een zacht briesje streelde de boomtoppen, een kabbelend beekje meanderde rustig tussen boterbloemgele velden. Je ogen fonkelden nog feller dan de sterren die we afgelopen nacht arm in arm aanschouwden.
Ik fluisterde in je malse oren dat Bart De Wever fel vermagerd was de laatste tijd. Dat hij zeker veel stemmen zou verliezen, gewoon door het feit dat hij niet meer de onwaarschijnlijke dikzak was van vorig jaar. Vlamingen stemmen niet op magere populisten. Ze zijn hypocriet en dom, houden van de valse underdog, drogen hun tranen aan de zakdoek van hun overleden grootouders, wiens geld ze verbrassen aan weekendjes in Blankenberge, flatscreens, Audi A4's en deprimerende Ikeabezoekjes. Ze stinken naar ongewassen hond, verwaarlozen hun kinderen door hen alles te geven, dromen van darkrooms vol ongeschoren oksels en hijgende zeugen. Ze gaan vissen of kijken naar de voetbal, geven commentaar op alles en iedereen, zijn nooit tevreden, behalve als ze barbecueworsten vreten op kosten van de buren.
Je keek me aan met een blik vol walging. Je maakte aanstalten om mij te laten zitten, voor eeuwig en altijd, mij voorgoed aan de totale verloedering over te laten, mij terug naar mijn geboortedorp te bannen, tot aan mijn pensioen vastgekluisterd aan inteeltarbeiders en werkloze pseudo-invaliden. Maar je bleef staan.
Ik fluisterde in je malse oren dat Bart De Wever fel vermagerd was de laatste tijd. Dat hij zeker veel stemmen zou verliezen, gewoon door het feit dat hij niet meer de onwaarschijnlijke dikzak was van vorig jaar. Vlamingen stemmen niet op magere populisten. Ze zijn hypocriet en dom, houden van de valse underdog, drogen hun tranen aan de zakdoek van hun overleden grootouders, wiens geld ze verbrassen aan weekendjes in Blankenberge, flatscreens, Audi A4's en deprimerende Ikeabezoekjes. Ze stinken naar ongewassen hond, verwaarlozen hun kinderen door hen alles te geven, dromen van darkrooms vol ongeschoren oksels en hijgende zeugen. Ze gaan vissen of kijken naar de voetbal, geven commentaar op alles en iedereen, zijn nooit tevreden, behalve als ze barbecueworsten vreten op kosten van de buren.
Je keek me aan met een blik vol walging. Je maakte aanstalten om mij te laten zitten, voor eeuwig en altijd, mij voorgoed aan de totale verloedering over te laten, mij terug naar mijn geboortedorp te bannen, tot aan mijn pensioen vastgekluisterd aan inteeltarbeiders en werkloze pseudo-invaliden. Maar je bleef staan.
maandag 2 januari 2012
de pottenbakker
Vroeger, toen er van Apple en Bart de Wever nog geen sprake was, speelde ik in velden en op dijken. Bomen, bunkers, vervallen schuren, kreken, boomgaarden: het was mijn speelterrein, mijn territorium. Samen met mijn maat Fred heerste ik er over de wereld.
Ik had een buurman. Zijn tuin was een paradijs, zeker in de winter. Toen zijn vijver bevroren was en hijzelf op reis, haalden Fred en ik zijn tuinstoelen uit de stalling en speelden er dagen aan een stuk op het ijs. Een andere keer, ergens in de zomer, was mijn buurman weer eens weg naar het zuiden. Fred en ik ontdekten een kelderraampje dat nog open stond. Wij naar binnen: tutti frutti's in de frigo en seksboekjes in het nachtkastje; het feest kon niet op.
Mijn buurman had veel vrienden, vooral mannelijke. Al snel leerden mijn ouders mij dat er verschillende soorten mensen bestaan: niet iedereen wil een partner van het andere geslacht. Ik stelde er mij niet al te veel vragen bij. Hij stak nooit een vinger naar mij uit, al mocht ik wel bij hem gaan pottenbakken en mijn zussen niet.
Vandaag is hij vijftig en heeft hij kanker. Hij heeft de hele wereld rondgereisd, zijn eigen huis gebouwd en tot in de puntjes afgewerkt, als verpleger gewerkt en als staalarbeider, hij kwam geregeld een koffietje drinken bij mijn moeder, twee viswijven samen, de problemen van de straat en van de wereld in één teug doorspoelend. Nu is hij terminaal ziek. Het leven van één van de sterkste en gezondste mannen van de Lage Landen zal veel te vroeg eindigen. Hij weet het, zijn vriend weet het, het hele dorp weet het. Maar niemand die er iets aan kan doen, zelfs de patroonheilige van de holboorders niet.
Ik heb nog niet veel miserie gekend in mijn leven, ook al heb ik twee kinderen, een West-Vlaamse vrouw en woon ik momenteel in de ruime periferie van Aalst, arbeidersstad zonder enig gevoel voor vooruitgang. Opgroeien met twee oudere zussen, een belastingcontroleur als vader en een halve jodin uit Antwerpen als moeder, was evenmin een sinecure. Mijn grootouders stierven allemaal toen ik nog jong was. Ik huilde soms als ik het laatste kruimeltje van de cake niet kreeg. Ik kreeg hooikoorts op mijn negentiende. Ik ben maar een meter achtenzeventig. Ik word soms nat van de regen en heb niet genoeg geld om een deftige camionette te kopen. Kortom, mijn buurman die triest voor zich uit staart, pijn lijdt en niet anders kan dan wachten, is veruit het ergste dat ik in dertig jaar tijd heb meegemaakt.
Ik had een buurman. Zijn tuin was een paradijs, zeker in de winter. Toen zijn vijver bevroren was en hijzelf op reis, haalden Fred en ik zijn tuinstoelen uit de stalling en speelden er dagen aan een stuk op het ijs. Een andere keer, ergens in de zomer, was mijn buurman weer eens weg naar het zuiden. Fred en ik ontdekten een kelderraampje dat nog open stond. Wij naar binnen: tutti frutti's in de frigo en seksboekjes in het nachtkastje; het feest kon niet op.
Mijn buurman had veel vrienden, vooral mannelijke. Al snel leerden mijn ouders mij dat er verschillende soorten mensen bestaan: niet iedereen wil een partner van het andere geslacht. Ik stelde er mij niet al te veel vragen bij. Hij stak nooit een vinger naar mij uit, al mocht ik wel bij hem gaan pottenbakken en mijn zussen niet.
Vandaag is hij vijftig en heeft hij kanker. Hij heeft de hele wereld rondgereisd, zijn eigen huis gebouwd en tot in de puntjes afgewerkt, als verpleger gewerkt en als staalarbeider, hij kwam geregeld een koffietje drinken bij mijn moeder, twee viswijven samen, de problemen van de straat en van de wereld in één teug doorspoelend. Nu is hij terminaal ziek. Het leven van één van de sterkste en gezondste mannen van de Lage Landen zal veel te vroeg eindigen. Hij weet het, zijn vriend weet het, het hele dorp weet het. Maar niemand die er iets aan kan doen, zelfs de patroonheilige van de holboorders niet.
Ik heb nog niet veel miserie gekend in mijn leven, ook al heb ik twee kinderen, een West-Vlaamse vrouw en woon ik momenteel in de ruime periferie van Aalst, arbeidersstad zonder enig gevoel voor vooruitgang. Opgroeien met twee oudere zussen, een belastingcontroleur als vader en een halve jodin uit Antwerpen als moeder, was evenmin een sinecure. Mijn grootouders stierven allemaal toen ik nog jong was. Ik huilde soms als ik het laatste kruimeltje van de cake niet kreeg. Ik kreeg hooikoorts op mijn negentiende. Ik ben maar een meter achtenzeventig. Ik word soms nat van de regen en heb niet genoeg geld om een deftige camionette te kopen. Kortom, mijn buurman die triest voor zich uit staart, pijn lijdt en niet anders kan dan wachten, is veruit het ergste dat ik in dertig jaar tijd heb meegemaakt.
dinsdag 1 februari 2011
brief aan bart de wever
Waar is de tijd dat we samen in het grasveld lagen en naar de overdrijvende wolken keken, op zoek naar vormen uit het dagelijkse leven? Jij zag steeds hangtetten, ik meende vooral Disneyfiguren te ontwaren. Op zo'n heerlijke zondagmiddag zei je plots 'Ik haat het leven' en niet veel later lag je te kotsen op boter- en paardenbloemen. We belden je mama op, maar zij reageerde onverschillig: 'Ach, ons Bartje heeft nu eenmaal een zwakke maag.'
Je hield van mij en ik van jou. In de klas streelde je stiekem mijn rechterdijbeen. Na een tijdje werden je handen klam van het zweet en begon je zwaar te ademen. Als de juf dan vroeg in welk jaar de Guldensporenslag plaatsvond, kon je enkel 'Lang geleden?' stamelen. De hele klas barstte in lachen uit, ik weet nog goed met welke blik je toen naar de grond keek. De blik van een geslagen hond, eenzaam en verlaten, trouw maar zonder baasje.
In het vijfde middelbaar scheidden onze wegen. Ik had nieuwe vrienden, jij had honger. Het ging steeds meer bergaf met jou. Geen mens kon je tegenhouden en enigszins in een andere richting rollen. Op een marginale fuif in Eeklo zocht je weer toenadering. Je klampte me aan in het herentoilet, ik rook je lookadem en schudde je van me af. De vernedering was totaal toen je even later op de BeeGees stond te dansen. Het hoongelach was oorverdovend. Vol ingehouden woede stapte je naar huis. Niet veel later hoorde ik dat je de politiek was ingegaan.
Je hield van mij en ik van jou. In de klas streelde je stiekem mijn rechterdijbeen. Na een tijdje werden je handen klam van het zweet en begon je zwaar te ademen. Als de juf dan vroeg in welk jaar de Guldensporenslag plaatsvond, kon je enkel 'Lang geleden?' stamelen. De hele klas barstte in lachen uit, ik weet nog goed met welke blik je toen naar de grond keek. De blik van een geslagen hond, eenzaam en verlaten, trouw maar zonder baasje.
In het vijfde middelbaar scheidden onze wegen. Ik had nieuwe vrienden, jij had honger. Het ging steeds meer bergaf met jou. Geen mens kon je tegenhouden en enigszins in een andere richting rollen. Op een marginale fuif in Eeklo zocht je weer toenadering. Je klampte me aan in het herentoilet, ik rook je lookadem en schudde je van me af. De vernedering was totaal toen je even later op de BeeGees stond te dansen. Het hoongelach was oorverdovend. Vol ingehouden woede stapte je naar huis. Niet veel later hoorde ik dat je de politiek was ingegaan.
zaterdag 22 januari 2011
mijn wereldfenomeen
Mijn liefde voor jou is diep, zo diep. Dieper dan de put waarin we gisteren samen kotsten na een nachtje stappen. Die laatste mojito was er toch te veel aan. Ik kon niet meer spreken en wandelen bleek ook geen sinecure. Jij riep tegen iedereen die het wilde horen dat Bart De Wever een dikke hoer was met scheve tanden.
In het holst van de nacht werden we opgeschrikt door een vlucht gierzwaluwen. Ze krijsten onheilspellend, en inderdaad, het onheil volgde niet kort daarop. Een taxi reed door het rood en maaide je van de weg. Je laatste blik was naar mij gericht.
Deze ochtend werd ik wakker met een fikse kater. Jou was ik kwijt en mijn portefeuille ook. Ik kon er niet aan doen, maar het eerste waar ik aan dacht was het voetbalveld van FC Twente. Die Hollandse kutploeg werd geleid door Michel Preud'homme, wat een achternaam is dat toch. En over scheve tanden gesproken...
De wolken overdreven als vanouds: grijs en miezerig domineerden ze het hele land. De stuurstang waarmee ik een onschuldig oud vrouwtje het hoofd insloeg, zou nooit meer als stuurstang gebruikt kunnen worden. Het was onherroepelijk geplooid. Ik gooide het bij de rest in de hoek van de tuin. Enkel een straatkat keek even op.
In het holst van de nacht werden we opgeschrikt door een vlucht gierzwaluwen. Ze krijsten onheilspellend, en inderdaad, het onheil volgde niet kort daarop. Een taxi reed door het rood en maaide je van de weg. Je laatste blik was naar mij gericht.
Deze ochtend werd ik wakker met een fikse kater. Jou was ik kwijt en mijn portefeuille ook. Ik kon er niet aan doen, maar het eerste waar ik aan dacht was het voetbalveld van FC Twente. Die Hollandse kutploeg werd geleid door Michel Preud'homme, wat een achternaam is dat toch. En over scheve tanden gesproken...
De wolken overdreven als vanouds: grijs en miezerig domineerden ze het hele land. De stuurstang waarmee ik een onschuldig oud vrouwtje het hoofd insloeg, zou nooit meer als stuurstang gebruikt kunnen worden. Het was onherroepelijk geplooid. Ik gooide het bij de rest in de hoek van de tuin. Enkel een straatkat keek even op.
Abonneren op:
Posts (Atom)
