Posts tonen met het label walter capiau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label walter capiau. Alle posts tonen

dinsdag 5 juni 2012

de wereld (die welt)

Ik ben de wereld. De molshopen in mijn tuin. De wereldreizen die ik nooit zal maken. Spaghetti bolognaise met krampen als gevolg. Ik ben Turkije, algebra, Obama met tandpijn.

Ik ben de slechtste reclame ooit, die van Jetair, met die twee etters van kinderen. Ik ben Walter Capiau, Frank Deboosere, Bart De Fucking Wever. Ik ben de onopvallende decolleté van vrouwen die niet beseffen dat ze prachtige borsten hebben. De grasmachine van de buren, een geeuw die langer mag duren.

Ik ben de ontbossing, de uitlaatgassen, de overbevolking, de goedkoopste tuinslang uit de Aveve. De Nopri van vroeger. De bio-time producten uit de Colruyt. Dreamland waar kinderen hysterisch huilen omdat ze niet weten wat te kiezen. Ikea waar mannen verdwaasd achter hun vrouw aansloffen. Verse basilicum op tomaten, met een heerlijk vinaigrettesausje, zelf gemaakt, met honing en mosterd.

Ik ben Suske en Wiske, Roodkapje, Pippi Langkous. Walter Van Beirendonck, huilend bij zijn moeder. Ik ben zijn moeder, vrezend voor dementie. Ik ben de regen, de roltrappen van de Inno. Of van de metro in Londen. Ik ben de hoeren van Brussel-Noord. De orang-oetangs van de Zoo in Antwerpen. De pony hier in de weide naast mijn huis, met zijn megagrote lul.

Ik ben het, de man zonder boodschap, zonder enige clou. Zonder verhaal, zonder begin en zonder einde.

vrijdag 29 oktober 2010

verwikkeld

Een fiets. Ze reed op een fiets. Zo'n typisch Hollands model. Misschien was ze zelf wel Hollands. Hier in Terneuzen leek dat wel aannemelijk. Ze had alleszins benen om u tegen te zeggen, zo in dat opwaaiend rokje. Ik kon bijna haar slipje zien - niet dat ik dat probeerde, hoor, zo ben ik niet. Ik keek haar bewonderend aan, ze lachte me spontaan toe. Pas toen ik twee uur later thuis kwam, merkte ik dat mijn tirette al die tijd open had gestaan. Ik nam de fles Gin en spoelde geroutineerd mijn schaamte weg.

Mijn vader, een man met een passie, werkte zich op tot gerespecteerd ambtenaar. Hij vervulde zijn ambt zoals het hoorde: trefzeker, broeierig, op hete kolen. Zijn baas, de minister van Financiën, wist ook wel dat hij bij mijn vader niet moest aankloppen om Vera Dua binnen te doen.

Walgelijk hoe alles met elkaar verbonden is. De schoorsteen spuwt roet in het eten, ik lig urenlang te wachten in de sofa, Walter Capiau dringt een salsabar binnen. Hij voelt zich Lieven Verstraete, Ter Zake-anker en sambaliefhebber. Met vloeiende heupbewegingen stapt hij op zijn doel af: de chihuahua van bij de bakker om de hoek. Ik weiger te geloven dat dit het hoogtepunt van de avond is.

vrijdag 5 maart 2010

de gozers

Vroeger, toen ik nog klein en eerlijk was, strandde het leven vaak op de deklat. Mensen lieten hun hoofden hangen van zodra ze de kans kregen. Helaas kregen ze bijna voortdurend de kans. Minstens elke dag. Elke fucking dag.

Ik kon mij moeilijk voorstellen dat het leven bestond uit klagen en zagen. Het hele dorp deed namelijk niet anders. Ze roddelden, zuchtten en steunden. Wisten zij veel dat hun overdreven, irrelevant en volledig onterecht misprijzen ooit zou leiden tot de dood.

Vandaag is het zover: Walter Capiau kamt zijn resterende haren. Hij kijkt omhoog en knipoogt naar het plafond. Het plafond knipoogt verveeld terug.

zondag 6 december 2009

de clash

Op een zomerse winterdag dacht Evert aan het leven. Hij smeerde mosterd op zijn boterham met choco en keek door het raam naar de knotwilgen die dringend geknot moesten worden. Zijn grootvader kwam binnen en verloste hem uit zijn gedachten. 'Waar is de tijd gebleven?' vroeg hij aan Evert. 'Bedoel je De Standaard?' antwoordde Evert. 'Nee, ellendeling, de tijd dat Walter Capiau nog liefde bedreef.' Evert dronk zijn koffie op en verliet de keuken. In de living zat Jezus naar de borsten van Martine Tanghe te staren.

maandag 23 maart 2009

hoe walter ijsjes at

Walter, zijn achternaam was niet voor niets Capiau, liep vrolijk achter z'n mama aan en gleed uit over een bananenschil. Hij weende veel te luid, gooide de bananenschil naar een onschuldig hondje dat braaf naar de lucht zat te kijken, en vervolgde zijn tocht achter z'n mama. Z'n mama was een knappe vrouw voor die tijd en alle mannen keken haar achterna. Ze had ook altijd wapperende rokken aan. Walter had al zeker honderd keer haar onderbroek gezien. Het was zijn favoriete bezigheid: ijsjes eten achter z'n mama aan lopend.

vrijdag 6 februari 2009

doorweekt

Ik hielp mijn grootvader de trap op. Hij liet een scheet. Ik moest mijn lach inhouden. Scheten vond ik grappig. 't Was wel een stinkende scheet. Mijn grootvader sprak de wijze woorden: 'Walter Capiau is een grote meneer, mijn kleinzoon.' Ik stopte met lachen. Ik kon veel verdragen, maar dat ging toch te ver. 'Grootvader, ik kan veel verdragen, maar dat gaat toch te ver,' zei ik dan ook met vastberaden stem. Maar doof als hij was, hoorde mijn grootvader mij niet. Ondertussen waren we wel boven. Wat we hier precies gingen doen, wisten we allebei niet meer. Dus gingen we maar weer naar beneden. Mijn grootvader mompelde iets in de trant van: 'Zaki, dat is pas een lelijke zeikerd.' Ik knikte instemmend.

donderdag 25 december 2008

een ongelooflijke ervaring

'De gedachte dat ik morgen opnieuw zal leven, doet mij beven van contentement,' zei Walter Capiau tweemaal tegen zijn vriend. Zijn vriend had hem nog steeds niet verstaan, maar knikte schijnbaar geïnteresseerd. 'Ik vind het zo zalig om bij jou te zijn,' vervolgde Walter Capiau, 'Elke minuut dat ik bij jou ben, ben ik geen minuut bij iemand anders.' Het was een waarheid als een klok, maar zijn vriend had geen zin in waardeloze zever. Hij wilde zwemmen in de Mississippi, zonnebaden in Miami, gokken in Las Vegas en roeien op de Watersportbaan. Vooral dat laatste leek hem een ongelooflijke ervaring.

donderdag 16 oktober 2008

plankton schandalig duur

Waarom weet ik niet, maar mijn walvissen eten meer en meer. Ze hebben constant honger. Ze weten van geen ophouden. Ik haat ze! Walter Capiau is bijna dood, maar mijn walvissen denken alleen maar aan plankton, elke seconde van de dag. Ik fluister hen zachtjes toe: 'Komaan, lieve kutbeesten, eet toch wat minder!' Maar ik heb de indruk dat ze mij niet verstaan. Of juist wel, en doen ze het expres! Waarschijnlijk zitten ze in de puberteit of zo. Ja, dat zal het zijn. Ze rebelleren, zetten zich van mij af, willen op eigen benen staan. En wie ben ik om hen tegen te houden?

vrijdag 19 september 2008

twee mensen

Twee mensen liepen samen. Ze hielden elkaars hand vast. Hun hond was net aangevallen door een andere hond. Zijn kop was aan flarden gebeten, maar met een beetje geluk zou hij het overleven. Hij zou nooit meer dezelfde zijn, zou nooit meer zelfstandig kunnen eten, maar hij zou er wel nog zijn. En dat vonden de twee mensen belangrijk. Hun hond lag een week bij de dierenarts. De dierenarts leverde knap werk en verdiende een flinke stuiver aan hun hond. Hij had zelden zoiets meegemaakt. De meesten zouden hun hond een spuitje willen geven, maar deze twee mensen niet. Zij spaarden kosten noch moeite om hun hond erdoor te krijgen. En met succes. Een week later was hun hond weer thuis, dolgelukkig, al moest hij opletten dat hij niet te enthousiast blafte. Hun andere hond was ook tevreden. Zo een hele week alleen was toch niets voor haar. Nu konden ze weer samen spelen.

Ze lagen in de zetel, alle vier: de twee honden en de twee mensen. Ze keken naar tv en vielen in slaap. Midden in de nacht werden ze wakker. Er werd op de deur geklopt. Het was God. God sprak tot hen met een accent dat verbazend veel aan de man van Melle deed denken: 'Beste jongelingen. Ik ben God. Ik mag jongelingen zeggen want ik ben al heel oud. Als ik het goed heb ben ik de oudste van de hele wereld. Straf hé. Eigenlijk zou ik in het Guiness Book for World Records moeten staan, maar die klootzakken geloven mij niet. 'k Heb hen nochtans al vijfendertigduizend keer geschreven.' God pauzeerde even, keek naar het plafond en barstte in tranen uit: 'Ach, ik voel mij niet goed. Ik heb nood aan liefde, affectie, bier en anale seks. Ik wil voetballen met de straatkinderen uit Lembeke. Ik wil het Belgacomgebouw beklimmen en ervan springen, net zoals alle normale mensen. Ik wil God niet meer zijn!'

De honden begonnen lichtjes te grommen, de ene al iets overtuigender dan de andere. Eén van hun baasjes gaf God een schouderklopje en zei: 'Maar God toch, het leven kan niet altijd rooskleurig zijn. Het is normaal dat ge eens een dipje hebt. Mijn vrouw heeft dat elke dag! Trouwens, het gras is altijd groener aan de overkant. En 't is maar door te vallen dat je leert opstaan. Na regen komt zonneschijn. Liever twee kippen op een stok dan een vrouw met wrok in uw broek. Harde noedels in kokend water worden zacht een beetje later. Walter Capiau is ook maar een klein ventje dat elke zondag zijn gras afrijdt.'

God geeuwde verveeld en zocht naar excuses om te kunnen vluchten: 'Eh, allemaal heel interessant, maar ik herinner mij plots dat ik dringend bij Monica Lewinsky op bezoek moet gaan. En mijn was moet opgehangen worden!' Hij spurtte weg en struikelde over een palet tegels. Hij overleefde zijn val niet.