Ik schreef mijn eerste roman. Na twee pagina's was ik uitverteld. Ik ging naar buiten en wandelde in het rond. De buurvrouw stond de stoep te schrobben. Ik zei hallo, maar ze verstond mij niet. Ik was niet van hier, ik was een inwijkeling uit het noorden van Oost-Vlaanderen. Daar schrobben ze ook stoepen. Ook daar verstaan ze mij niet.
Ik wilde mijn dorp beter leren kennen. Het koor had nog een plaatsje vrij. Ik bood mij aan. Vijftien huisvrouwen ontvingen mij met open armen. We zongen over Jezus, over God en over Maria. Daarna praatten we over koetjes en kalfjes. Letterlijk. Eén huisvrouw zag mij zuchten. Ze legde haar hand op mijn rechterdijbeen, fluisterde in mijn oor dat ze mij begreep. Dat ze ook liever over kippen en kuikentjes babbelde. Haar man had de grootste kippenkwekerij van het dorp. Waar vroeger de plaatselijke jeugd les kreeg, liepen nu vijftienduizend gevederde vrienden op een kluitje. Het was een mooie stiel. Die beesten stonken als de pest, maar liefde dat ze gaven, ge houdt het niet voor mogelijk.
Ik knikte en bestudeerde haar ogen. Ze waren bruin met grijze spikkels. Haar wimpers fladderden onophoudelijk. Haar rimpels trilden van excitatie. Als ze lachte zag ik het achterste van haar tong. Ze kakelde maar door, luider en luider. Ik keek op mijn gsm en deed alsof ik een belangrijk telefoontje kreeg. Ik ging naar buiten, naar de regen, de heerlijke regen. De huizen blonken zoals steeds onder te felle straatlantaarns. Opritten barstten uit hun voegen. Dit was mijn dorp, hier was ik beland. Hier moest het gebeuren.
Posts tonen met het label jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jezus. Alle posts tonen
woensdag 16 december 2015
vrijdag 24 juli 2015
vrijdag 9 maart 2012
kwispel
Ik stap elke avond over een beek en kijk omhoog naar de wolken. Ik denk dan na over Jezus. Zijn kruis, zijn ingewanden, zijn holbaard. Ik huil soms. Van verdriet of totale leegte. Van zinloosheid of diepe pijn. Pijn aan de ballen of aan de neus. Mijn ballen hebben hun werk al gedaan. Ik heb twee kinderen. Een dochter en een zoon. Prachtkinderen, wonderen der natuur. Lief en zorgzaam. Goed opgevoed.
Hun mama, mijn vriendin, wordt in augustus mijn vrouw. Waarom trouwen jullie eigenlijk, vroeg haar moeder onlangs. Ik stond even met mijn mond vol tanden. Van mijn schoonmoeder had ik zo'n vraag niet verwacht. Wat moest ik antwoorden? Omdat we elkaar graag zien? Omdat we onze liefde willen delen met al wie ons dierbaar is? Omdat mijn zussen ook al getrouwd zijn en er massa's geld aan overgehouden hebben?
Mijn zussen, wie zal hen redden? Hun echtgenoten zijn vooral met hun carrière bezig. Hun vader is bezeten door biljart. Hun moeder heeft meer last van kwaaltjes dan van haar biljartende man. Hun vrienden zijn op één hand te tellen. En ik, ik sta er ook maar bij en kijk ernaar. Ben ik een waardige broer? Vriend? Zoon? Man? Papa?
Natuurlijk, denk ik dan bij mezelf, starend naar de maan die door de wolken schijnt. Ik ben fantastisch. De coolste man die ik ken. Altijd paraat om iemand uit de nood te helpen, te troosten of goede raad te geven. Bij mij kan je je diepste geheimen kwijt en je meest banale gedachtegangen. Bij mij kan je thee krijgen, koffie of gin-tonic. Ik ben Maarten, hier aan de beek. Je herkent me aan m'n tranen.
Hun mama, mijn vriendin, wordt in augustus mijn vrouw. Waarom trouwen jullie eigenlijk, vroeg haar moeder onlangs. Ik stond even met mijn mond vol tanden. Van mijn schoonmoeder had ik zo'n vraag niet verwacht. Wat moest ik antwoorden? Omdat we elkaar graag zien? Omdat we onze liefde willen delen met al wie ons dierbaar is? Omdat mijn zussen ook al getrouwd zijn en er massa's geld aan overgehouden hebben?
Mijn zussen, wie zal hen redden? Hun echtgenoten zijn vooral met hun carrière bezig. Hun vader is bezeten door biljart. Hun moeder heeft meer last van kwaaltjes dan van haar biljartende man. Hun vrienden zijn op één hand te tellen. En ik, ik sta er ook maar bij en kijk ernaar. Ben ik een waardige broer? Vriend? Zoon? Man? Papa?
Natuurlijk, denk ik dan bij mezelf, starend naar de maan die door de wolken schijnt. Ik ben fantastisch. De coolste man die ik ken. Altijd paraat om iemand uit de nood te helpen, te troosten of goede raad te geven. Bij mij kan je je diepste geheimen kwijt en je meest banale gedachtegangen. Bij mij kan je thee krijgen, koffie of gin-tonic. Ik ben Maarten, hier aan de beek. Je herkent me aan m'n tranen.
zondag 28 november 2010
de frietketel die verlangen heet
Ze danste uren aan een stuk, tot ik erbij neerviel. Vermoeidheid maakte zich van mij meester. Ik kreeg een klop van de hamer. In Hamburg vertrok een trein op tijd. Ze rende alsof haar leven ervan afhing. Later besefte ik dat haar leven er effectief van afhing; enkel Jezus rende voor de lol.
Haar wasserette was proper. Geen klasse-etablissement zoals le Chateau du Lac in Genval, maar toch: de mensen kwamen er graag. Op een grijze ochtend stonden er steevast vijf eenzame zielen hun kleren te wassen. Kassa kassa.
Ze hield van rode wijn, witte wijn, citroenjenever en mineraalwater. Rond haar ogen verschenen rimpeltjes als ze lachte. Ze lag languit in een leren zetel. De winkelbediende van Chateau d'Ax maande haar aan het gebouw te verlaten. We staken de rivier over, onbesuisd en vol dromen. We zwaaiden naar een oude visser.
Haar wasserette was proper. Geen klasse-etablissement zoals le Chateau du Lac in Genval, maar toch: de mensen kwamen er graag. Op een grijze ochtend stonden er steevast vijf eenzame zielen hun kleren te wassen. Kassa kassa.
Ze hield van rode wijn, witte wijn, citroenjenever en mineraalwater. Rond haar ogen verschenen rimpeltjes als ze lachte. Ze lag languit in een leren zetel. De winkelbediende van Chateau d'Ax maande haar aan het gebouw te verlaten. We staken de rivier over, onbesuisd en vol dromen. We zwaaiden naar een oude visser.
zaterdag 30 oktober 2010
jaap & piet
Alles begint en eindigt bij die ene vraag: wie in godsnaam is Jaap Stam? Ik vraag het me elke avond af, meestal bij het douchen rond half tien. Mijn kinderen tekenen op posters van afgelopen festivals. Als er toevallig stickers in de buurt zijn, plakken ze de posters ermee vol. Ze amuseren zich en huilen als ze pijn hebben, zo simpel kan het leven zijn.
Mijn vriendin, de mooiste vrouw ter wereld, zwijgt soms. Heel soms. Meestal zoekt ze het gesprek op, ook als ik in andere oorden vertoef. Ik knik dan en zeg om de tien seconden hmm. Ze vindt dit niet zo erg, mijn vriendin. Ik hou van haar. Hoe ze lacht, hoe ze het hele gezin staande houdt, hoe ze een bromvlieg boos aankijkt, alsof dat beest doelbewust en met voorbedachten rade onze living is binnengevlogen.
Mijn meesterwerk moet nog komen; ooit zal het zover zijn. Ik moet blijven geloven, blijven bidden tot Jezus' ballen in tomatensaus. Hij lacht heel zelden, maar als hij lacht is het wel prijs. Dan kan zelfs Piet Huysentruyt er niet tegenop.
Mijn vriendin, de mooiste vrouw ter wereld, zwijgt soms. Heel soms. Meestal zoekt ze het gesprek op, ook als ik in andere oorden vertoef. Ik knik dan en zeg om de tien seconden hmm. Ze vindt dit niet zo erg, mijn vriendin. Ik hou van haar. Hoe ze lacht, hoe ze het hele gezin staande houdt, hoe ze een bromvlieg boos aankijkt, alsof dat beest doelbewust en met voorbedachten rade onze living is binnengevlogen.
Mijn meesterwerk moet nog komen; ooit zal het zover zijn. Ik moet blijven geloven, blijven bidden tot Jezus' ballen in tomatensaus. Hij lacht heel zelden, maar als hij lacht is het wel prijs. Dan kan zelfs Piet Huysentruyt er niet tegenop.
donderdag 8 juli 2010
maandagnacht
De wasmachine werkt niet naar behoren: mijn marcellekes blijven stinken naar het okselhaar van Jezus. Ik dacht nog bij mezelf: wat als ik er een springlevende kikker bij gooi? Maar ik vond nergens kikkers, laat staan springlevende.
Mijn everzwijn, ik noem hem Turk!, heeft extreme nood aan liefde. Hij kruipt op alles wat beweegt, alles wat hoofdhaar heeft en alles wat ruikt naar stalagtieten. Heel zelden heeft hij geluk en passeert er een verdwaald varken, dat al snel nattigheid voelt en zich als een gazelle uit de voeten maakt. Een oerkreet waarin alle opgekropte frustratie van alle blinden ter wereld is vervat, is wat Turk! dan slaakt.
Vanuit de keuken staar ik naar een straatlantaarn. Eenzaam, verschopt en verlaten: zo staat die straatlantaarn daar. Zielig en totaal genegeerd. Behalve door mij. Ik kijk ernaar en denk eraan. Ik schrijf erover, elke maandagnacht. Ik praat ermee, als ik verdrietig ben. Niemand kan mij beter troosten, niemand begrijpt mij beter dan die achterlijke lantaarnpaal op vijftien meter van mijn keukenraam. Ik haat hem, de opdringerige zak. Probeert mij telkens te doorgronden en slaagt er nog in ook. Ik wil verdringen en vergeten, hij rakelt alles op. Alsof ik geen recht heb op een stompzinnig bestaan. De lafaard is gewoon jaloers op mij. Kan ik er wat aan doen dat ik toevallig een mens ben en hij een fucking lantaarnpaal?
Mijn everzwijn, ik noem hem Turk!, heeft extreme nood aan liefde. Hij kruipt op alles wat beweegt, alles wat hoofdhaar heeft en alles wat ruikt naar stalagtieten. Heel zelden heeft hij geluk en passeert er een verdwaald varken, dat al snel nattigheid voelt en zich als een gazelle uit de voeten maakt. Een oerkreet waarin alle opgekropte frustratie van alle blinden ter wereld is vervat, is wat Turk! dan slaakt.
Vanuit de keuken staar ik naar een straatlantaarn. Eenzaam, verschopt en verlaten: zo staat die straatlantaarn daar. Zielig en totaal genegeerd. Behalve door mij. Ik kijk ernaar en denk eraan. Ik schrijf erover, elke maandagnacht. Ik praat ermee, als ik verdrietig ben. Niemand kan mij beter troosten, niemand begrijpt mij beter dan die achterlijke lantaarnpaal op vijftien meter van mijn keukenraam. Ik haat hem, de opdringerige zak. Probeert mij telkens te doorgronden en slaagt er nog in ook. Ik wil verdringen en vergeten, hij rakelt alles op. Alsof ik geen recht heb op een stompzinnig bestaan. De lafaard is gewoon jaloers op mij. Kan ik er wat aan doen dat ik toevallig een mens ben en hij een fucking lantaarnpaal?
zondag 27 december 2009
beschonken
Veel mensen zoeken hun geluk in een overdadig versierde kerstboom. Ze trekken zich op aan kerstballen, slingers en spaarzame led-lichtjes. In het kerststalletje ligt Jezus verveeld rond te kijken alsof hij het monotone sparrenlandschap kotsbeu is, de ondankbare hond. Wij zorgen voor een gezellig hoekje in de living, hij klaagt over pijnlijke naalden in zijn kribbe. Wij hangen kerstverlichting, hij moppert dat de poolster daardoor onvindbaar wordt. Wij eten kalkoen, hij is vegetariër. Typisch.
Als er één mensensoort is waar ik niet tegen kan, dan zijn het wel paternalisten. Los van het feit dat ze allemaal een stinkende bek hebben kan ik ze niet rieken of zien. Ik vermoed dat hun ouders zich voor hen schamen. En hun kinderen, als ze dat al hebben, dromen van verre landen.
Als er één mensensoort is waar ik niet tegen kan, dan zijn het wel paternalisten. Los van het feit dat ze allemaal een stinkende bek hebben kan ik ze niet rieken of zien. Ik vermoed dat hun ouders zich voor hen schamen. En hun kinderen, als ze dat al hebben, dromen van verre landen.
zondag 6 december 2009
de clash
Op een zomerse winterdag dacht Evert aan het leven. Hij smeerde mosterd op zijn boterham met choco en keek door het raam naar de knotwilgen die dringend geknot moesten worden. Zijn grootvader kwam binnen en verloste hem uit zijn gedachten. 'Waar is de tijd gebleven?' vroeg hij aan Evert. 'Bedoel je De Standaard?' antwoordde Evert. 'Nee, ellendeling, de tijd dat Walter Capiau nog liefde bedreef.' Evert dronk zijn koffie op en verliet de keuken. In de living zat Jezus naar de borsten van Martine Tanghe te staren.
zondag 25 oktober 2009
de geweigerden
Ze liepen hand in hand, sommigen zelfs arm in arm, zoals oude vrouwtjes op weg naar de kerk. Ze keken schichtig om zich heen en wisten dat de rotte tomaten elk moment op hen konden neerdalen. Rochels en koeienvla kon ook wel, al vroeg iedereen zich af wie daar dan wel mee durfde gooien.
Al meer dan twintig jaar ging Dirk elke zondagvoormiddag naar de volleybal. Ook al was hij de avond ervoor lang blijven plakken en had hij een vijftiental Duvels gedronken. Jawel, een vijftiental.
Het gevoel bleef: meisjes met een grote boezem spraken mij meer aan dan meisjes met pakweg een A- of B-cup. Het probleem bleef helaas ook: ik durfde hen niet aanspreken. Was Jezus vroeger ook zo'n lafaard?
Al meer dan twintig jaar ging Dirk elke zondagvoormiddag naar de volleybal. Ook al was hij de avond ervoor lang blijven plakken en had hij een vijftiental Duvels gedronken. Jawel, een vijftiental.
Het gevoel bleef: meisjes met een grote boezem spraken mij meer aan dan meisjes met pakweg een A- of B-cup. Het probleem bleef helaas ook: ik durfde hen niet aanspreken. Was Jezus vroeger ook zo'n lafaard?
woensdag 20 mei 2009
de shock
Vroeger, toen Jezus nog zijn hol verbrandde aan vrolijk knetterende kampvuurtjes, hield ik niet zo van mango's in tomatensaus. Ik moest kokhalzen bij het zien van Jezus' ongekuiste tenen. Het einde was nog niet nabij, maar alle lemmings smeekten mij om hen te leiden. Ik weigerde categoriek. Ik hield te veel van het leven, van ananas in caramelsaus, van Judas' ongeschoren oksels. Was ik abnormaal? Mijn hond vond van niet. Ik gaf mijn hond geregeld trappen onder zijn kont. Hij bluste het kampvuur met zijn kwijl en zever. Jezus haalde opgelucht adem.
woensdag 11 maart 2009
het mietje
Eenzaam liep het mietje door een onbekende stad. Het had maar één wens: oliebollen fretten aan een oliebollenkraam. Er was echter in de verste verte geen oliebollenkraam te bespeuren. Het mietje nam dus maar een taxi en reed naar de basiliek. De basiliek was bomvol. Om een of andere duistere reden voelde het mietje zich hier thuis. Lag het aan de beelden van die vrome vrouw? Of aan die kerel aan zijn kruis? Het mietje struikelde over een uitgestoken been en viel recht op zijn neus.
vrijdag 20 februari 2009
in Papegem
Ik woon in Papegem, een dorp met een paar honderd inwoners. Er zijn hier geen cafés. Wel een bakker en iets wat voor een kerk moet doorgaan. Verder zijn er huizen, straten en een speeltuin. Er zijn ook een paar velden en wat bosjes. Maar daar houdt het op.
De E40 ligt net iets te dichtbij om van een rustig dorpje op den buiten te kunnen spreken. Dat is jammer. Als de wind verkeerd zit, hoor je de autostrade. Je hoort vogels en bomen, maar ook de stroom aan auto's van een paar kilometer verder. Echt genieten is dat niet.
Vandaar mijn besluit om in de politiek te stappen. Ik wil het land hervormen. Alle autosnelwegen moeten overdekt worden, zodat de duizenden Belgen die er dichtbij wonen, geen lawaaihinder meer moeten ondervinden. Ik vind dat persoonlijk wel een goed idee, en wat Jezus ervan vindt kan mij eerlijk gezegd gestolen worden.
De E40 ligt net iets te dichtbij om van een rustig dorpje op den buiten te kunnen spreken. Dat is jammer. Als de wind verkeerd zit, hoor je de autostrade. Je hoort vogels en bomen, maar ook de stroom aan auto's van een paar kilometer verder. Echt genieten is dat niet.
Vandaar mijn besluit om in de politiek te stappen. Ik wil het land hervormen. Alle autosnelwegen moeten overdekt worden, zodat de duizenden Belgen die er dichtbij wonen, geen lawaaihinder meer moeten ondervinden. Ik vind dat persoonlijk wel een goed idee, en wat Jezus ervan vindt kan mij eerlijk gezegd gestolen worden.
zaterdag 10 januari 2009
minutieus voorbereid
Magistraal kon je het niet noemen, maar woorden als voddig, vurt en verdomd achterlijk pasten er ook niet bij. Mijn eerste liefde heette Isabel. Ze stak de straat over op het zebrapad. Ik keek haar aan en barstte in tranen uit. Mijn grootmoeder, een gebocheld stuk venijn, gaf mij haar zakdoek. Haar zakdoek rook naar eau de cologne. Ik snoot mijn neus en droogde mijn tranen. Het vuurwerk begon. Ik keek met grote ogen naar dit spektakel en barstte in tranen uit.
Een wolk had de vorm van Jezus aan zijn kruis. Het duurde maar enkele seconden, maar Walter had het gezien. Hij zei: 'Evert, mijn dag is goed.' Evert had staan kijken naar een meisje met bruine ogen en een diepe decolleté, en had dus geen flauw benul waar Walter het over had. Dit kwam echter wel vaker voor, dus beide vrienden wandelden tevreden verder.
Een wolk had de vorm van Jezus aan zijn kruis. Het duurde maar enkele seconden, maar Walter had het gezien. Hij zei: 'Evert, mijn dag is goed.' Evert had staan kijken naar een meisje met bruine ogen en een diepe decolleté, en had dus geen flauw benul waar Walter het over had. Dit kwam echter wel vaker voor, dus beide vrienden wandelden tevreden verder.
vrijdag 21 december 2007
de witte dans
Ik wandelde en genoot ervan. Ook al was het veel te koud en had ik bijna geen kleren aan. Jezus kon daar ook allemaal tegen. Niet dat ik mij wil vergelijken met Jezus, maar toch. Die man is trouwens dood.
Abonneren op:
Posts (Atom)
