Prachtige dag vandaag, waterzuring bij de vleet. Ik haalde mijn mosterd bij de schipper naast Mathilde. Daarna liep ik het jaagpad af, tot een fabriek mijn weg versperde. Ik klom op de hoogste schoorsteen en overschouwde mijn vlakke land. Mijn maagdenland. Een sirene maakte duidelijk dat het schafttijd was.
Ik nam mijn boterhamdoos uit mijn knapzak en vervoegde mij bij de simpele arbeiders. Ze praatten over Barack Obama, Higgsdeeltjes en het groot dictee der Nederlandse taal. Ik zuchtte diep. Het was ver gekomen. Als zelfs hier niet over scheten, wijven en rugby gepraat werd. Ik at mijn boterhammen op en maakte mij pijlsnel uit de voeten.
De zon scheen, een merel zong. Ik stond stil bij het leven. Ik dacht aan korte rokjes, spaghettibandjes en bikinilijnen. Mijn grootvader zou mij geen ongelijk geven.
Posts tonen met het label mosterd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mosterd. Alle posts tonen
dinsdag 3 juni 2014
dinsdag 5 juni 2012
de wereld (die welt)
Ik ben de wereld. De molshopen in mijn tuin. De wereldreizen die ik nooit zal maken. Spaghetti bolognaise met krampen als gevolg. Ik ben Turkije, algebra, Obama met tandpijn.
Ik ben de slechtste reclame ooit, die van Jetair, met die twee etters van kinderen. Ik ben Walter Capiau, Frank Deboosere, Bart De Fucking Wever. Ik ben de onopvallende decolleté van vrouwen die niet beseffen dat ze prachtige borsten hebben. De grasmachine van de buren, een geeuw die langer mag duren.
Ik ben de ontbossing, de uitlaatgassen, de overbevolking, de goedkoopste tuinslang uit de Aveve. De Nopri van vroeger. De bio-time producten uit de Colruyt. Dreamland waar kinderen hysterisch huilen omdat ze niet weten wat te kiezen. Ikea waar mannen verdwaasd achter hun vrouw aansloffen. Verse basilicum op tomaten, met een heerlijk vinaigrettesausje, zelf gemaakt, met honing en mosterd.
Ik ben Suske en Wiske, Roodkapje, Pippi Langkous. Walter Van Beirendonck, huilend bij zijn moeder. Ik ben zijn moeder, vrezend voor dementie. Ik ben de regen, de roltrappen van de Inno. Of van de metro in Londen. Ik ben de hoeren van Brussel-Noord. De orang-oetangs van de Zoo in Antwerpen. De pony hier in de weide naast mijn huis, met zijn megagrote lul.
Ik ben het, de man zonder boodschap, zonder enige clou. Zonder verhaal, zonder begin en zonder einde.
Ik ben de slechtste reclame ooit, die van Jetair, met die twee etters van kinderen. Ik ben Walter Capiau, Frank Deboosere, Bart De Fucking Wever. Ik ben de onopvallende decolleté van vrouwen die niet beseffen dat ze prachtige borsten hebben. De grasmachine van de buren, een geeuw die langer mag duren.
Ik ben de ontbossing, de uitlaatgassen, de overbevolking, de goedkoopste tuinslang uit de Aveve. De Nopri van vroeger. De bio-time producten uit de Colruyt. Dreamland waar kinderen hysterisch huilen omdat ze niet weten wat te kiezen. Ikea waar mannen verdwaasd achter hun vrouw aansloffen. Verse basilicum op tomaten, met een heerlijk vinaigrettesausje, zelf gemaakt, met honing en mosterd.
Ik ben Suske en Wiske, Roodkapje, Pippi Langkous. Walter Van Beirendonck, huilend bij zijn moeder. Ik ben zijn moeder, vrezend voor dementie. Ik ben de regen, de roltrappen van de Inno. Of van de metro in Londen. Ik ben de hoeren van Brussel-Noord. De orang-oetangs van de Zoo in Antwerpen. De pony hier in de weide naast mijn huis, met zijn megagrote lul.
Ik ben het, de man zonder boodschap, zonder enige clou. Zonder verhaal, zonder begin en zonder einde.
dinsdag 11 oktober 2011
de schwung
Ik ben ook maar een mens. Ok, geniaal en hyperknap, maar toch: een mens. Ik kan weinig doen aan het leed op aarde, zelfs al zou ik dat keihard willen. Ik smeer liever mosterd op de boterhammen van demente bejaarden om te zien hoe ze reageren als hun neus in brand staat. Boeiend, dat wel, grappig meestal ook, maar echt bevredigd raak ik er toch niet van.
Ik dwaal rond door de stad. Uilskuikens kruisen mijn pad. Vlaams-nationalisten zwaaien met hun vlaggen en roepen om hun moeder. Ze stoppen bij een standbeeld van mijn voeten. Hun valse gezangen worden niet gehoord, ze worden genegeerd als nooit tevoren. Zelfs de stadsduiven blijven rustig vechten om een gevallen friet.
Ik vlucht een groentewinkel binnen. Een oud vrouwtje verkoopt courgettes, wortelen, prei, look, patatten en ajuinen. Ik koop een bussel prei en ga naar huis. Eenmaal thuis maak ik preisoep. Overheerlijke preisoep. Echt de beste preisoep die ik ooit gegeten heb. Ik eet zeker drie borden. Ik schreeuw van genot. Fucking goeie preisoep! Niet veel later weet Frank Deboosere te melden dat het warm is voor de tijd van 't jaar.
Ik dwaal rond door de stad. Uilskuikens kruisen mijn pad. Vlaams-nationalisten zwaaien met hun vlaggen en roepen om hun moeder. Ze stoppen bij een standbeeld van mijn voeten. Hun valse gezangen worden niet gehoord, ze worden genegeerd als nooit tevoren. Zelfs de stadsduiven blijven rustig vechten om een gevallen friet.
Ik vlucht een groentewinkel binnen. Een oud vrouwtje verkoopt courgettes, wortelen, prei, look, patatten en ajuinen. Ik koop een bussel prei en ga naar huis. Eenmaal thuis maak ik preisoep. Overheerlijke preisoep. Echt de beste preisoep die ik ooit gegeten heb. Ik eet zeker drie borden. Ik schreeuw van genot. Fucking goeie preisoep! Niet veel later weet Frank Deboosere te melden dat het warm is voor de tijd van 't jaar.
maandag 28 december 2009
de duts voorbij
Ik hou van bakvissen. Zeker als ze bokaalglazen dragen. What you see is what you get: bambi-ogen, een irrelevante stroom aan irrelevante woorden, een gewillige doch onervaren pruim. De mosterd die ze op hun boterham smeren komt zelden van de natuurwinkel. Weten zij veel dat dergelijke winkels bestaan.
De fijnste ervaring die ik ooit mocht ervaren - 'Komen eten' op VT4 - blijft aan mijn nekvel kleven. Ik weiger te geloven dat mensen ervan moeten kotsen. Cultuurbarbaren zijn het, randdebielen zonder enig gevoel voor schoonheid.
Ik zal niet wensen om aanvaard te worden. Ik zal niemand verplichten het licht uit te doen. Ik zal niemands oren volsmeren met tippex, al moet dat wel eens plezant zijn.
De fijnste ervaring die ik ooit mocht ervaren - 'Komen eten' op VT4 - blijft aan mijn nekvel kleven. Ik weiger te geloven dat mensen ervan moeten kotsen. Cultuurbarbaren zijn het, randdebielen zonder enig gevoel voor schoonheid.
Ik zal niet wensen om aanvaard te worden. Ik zal niemand verplichten het licht uit te doen. Ik zal niemands oren volsmeren met tippex, al moet dat wel eens plezant zijn.
zondag 6 december 2009
de clash
Op een zomerse winterdag dacht Evert aan het leven. Hij smeerde mosterd op zijn boterham met choco en keek door het raam naar de knotwilgen die dringend geknot moesten worden. Zijn grootvader kwam binnen en verloste hem uit zijn gedachten. 'Waar is de tijd gebleven?' vroeg hij aan Evert. 'Bedoel je De Standaard?' antwoordde Evert. 'Nee, ellendeling, de tijd dat Walter Capiau nog liefde bedreef.' Evert dronk zijn koffie op en verliet de keuken. In de living zat Jezus naar de borsten van Martine Tanghe te staren.
woensdag 25 november 2009
het weerbericht
De Genkse mijnwerkers liepen de bakker straal voorbij. 'De oetlullen,' dacht de bakker luidop, waarop de mijnwerkers zijn bakkerij in brand staken met lucifers van het Colruyt-huismerk. Die fikten minder lang en intens dan kwalitatieve lucifers van een A-merk, maar dat kon de bakker even niet schelen. Hij huilde en holde naar zijn moeder. Zijn moeder lag dood, ergens in een kerkhof in Ohio, United States. De bakker snoof zo diep als hij kon in een potje Tierenteynmosterd en vloog de oceaan over. Gelukkig voor hem stond hij er niet bij stil dat enkel Superman kan vliegen, al dan niet na het snuiven van opwekkende middelen.
De overburen die ik gelukkig niet heb kunnen vierkant mijn anus likken. Waarom dergelijke obscene taal uitspuwen? Geen Turk die het weet.
De overburen die ik gelukkig niet heb kunnen vierkant mijn anus likken. Waarom dergelijke obscene taal uitspuwen? Geen Turk die het weet.
zondag 15 november 2009
hinkelspel
We zingen luidkeels mee met Laura Lynn en haar Magnifieke Zeven. We staan versteld van betonnen pilaren in verlaten moerassen. We haten het als mosterd in onze neuzen prikt, al doet het ook wel deugd. Zo'n deugd die we na het lopen ook wel hebben, ook al sterven we onderweg. We menen het als mensen ons graag zien. We vragen hen om alles op een officieel document te zetten en het door zichzelf én de notaris te laten ondertekenen. Van vriendschap kan je nooit zeker genoeg zijn. We zijn natuurlijk samen en we geloven er rotsvast in dat we samen blijven, door goede en kwade dagen en met een beetje geluk tot de dood ons scheidt. We zouden grappig kunnen zijn en schrijven 'tot de dood ons schijt', maar we houden ons weer eens in en blijven conformistisch. We willen niemand tegen de schenen schoppen, maar des te liever in de ballen.
donderdag 29 oktober 2009
de mosterdkwestie
Een man nam de tram in plaats van de bus. Hij vergiste zich wel vaker van vervoersmiddel. Zo nam hij onlangs eens de trein in plaats van de tram.
Winkeldieven hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze stinken uit hun bek. Vraag mij niet hoe ik dat weet.
Winkeldieven hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze stinken uit hun bek. Vraag mij niet hoe ik dat weet.
zondag 7 juni 2009
hoe alles ontspoorde
Het was vrijdagochtend en iedereen - zelfs de pastoor - dacht dat het een mooie dag zou worden. Het werd effectief een mooie dag. Wimpers bij de vleet, moet iemand gedacht hebben, en effectief: zoveel wimpers had ik nog nooit gezien.
De zon scheen in Gods ogen. Hij waste zijn handen, poetste zijn tanden en verklaarde voor de verzamelde pers dat zijn geniale gedachten de laatste tijd fel verminderd waren. Ik zag de krantenkoppen al voor mij: 'Worstendraaier draait door!' (Het Laatste Nieuws), 'Winkelhaak heel nabij' (De Tijd) en 'Mosterd deed dromen' (Het Belang van Limburg).
Duizenden camionetten reden mij voorbij. Duizenden apathische blikken. Stront, kieviten, aan lager wal geraakte machthebbers: ik beleefde het allemaal.
De zon scheen in Gods ogen. Hij waste zijn handen, poetste zijn tanden en verklaarde voor de verzamelde pers dat zijn geniale gedachten de laatste tijd fel verminderd waren. Ik zag de krantenkoppen al voor mij: 'Worstendraaier draait door!' (Het Laatste Nieuws), 'Winkelhaak heel nabij' (De Tijd) en 'Mosterd deed dromen' (Het Belang van Limburg).
Duizenden camionetten reden mij voorbij. Duizenden apathische blikken. Stront, kieviten, aan lager wal geraakte machthebbers: ik beleefde het allemaal.
woensdag 3 juni 2009
het stak
Het zielige aan de hele zaak was zonder twijfel het gebrek aan visie, mosterdzaadjes en mongolen. Het bleef maar duren, niemand vond rust, open deuren werden ingetrapt. De jongste knaap van de hele bende zweette voortdurend. Een vogel landde op de vensterbank, de aanwezigen die nog niet in slaap waren gevallen keken verschrikt op. Een slecht voorteken. Schietgebedjes vlogen in het rond. God werd weer misbruikt als een Zuid-Koreaanse hoer. Alles eindigde bij één gedachte: we kunnen niet anders. En een tweede gedachte: waar is het frietkot.
maandag 20 april 2009
walter zoekt een reden
Ik wandelde met Evert door het Vlaamse land. Evert zong een lied. Hij zong zo vals als mijn moeder die haar kat streelt. Ik begon zachtjes mee te zingen. Na een tijdje zongen we beiden luidkeels over Guy Verhofstadt, teenkaas en mosterd bij de vis. Walter, die net zijn schoorsteen aan het vegen was, keek ons fronsend aan. Ik stopte met zingen. Zingen was voor jeanetten. Ik haatte jeanetten. En snobs.
maandag 30 maart 2009
witte wijn
Ik heb geen vrienden meer. Ze zijn dood, begraven of bij de bakker. Ze zien mij niet meer staan. Vroeger, toen ik jonger was, had ik zeker tien vrienden. Ze hielden van mij en gaven me elke dag cadeautjes. Ik had zelfs een beste vriend. Die heette Plons. Plons en ik gingen elke dag op stap. We ontdekten de wereld, het leven, ons onderbroek, mosterd bij de rode kool, altijd is kortjakje ziek, fucking klootzakken en mama, mag ik nog een kilo spekken? Vreedzaam als ik was gooide ik stiekem bakstenen naar oude vrouwtjes. Ze vielen neer en ik lachte in mijn vuistje. Plons keurde mijn gedrag af. Hij duwde mij in de waterput en verdween voor altijd. Ik zocht een nieuwe beste vriend. Het werd Laffe Hond, een wees die vanwege zijn onuitspreekbare voor- en achternaam Laffe Hond genoemd werd. Ik vond Laffe Hond wel tof. Hij sprong van dakgoten en brak zijn nek. Ik lachte luidkeels. Mijn grootmoeder zei dat het bedtijd was. Een baksteen was mijn antwoord. Ja, ik had veel vrienden vroeger. Iedereen keek naar mij op.
zondag 8 maart 2009
was het maar dreft
De zon kwam op. Alles en iedereen liep te koken van ongeduld. Mosterd werd op boterhammen gesmeerd. Sommigen vonden de mosterd niet straf genoeg. Mensen lachten. Er werd komaf gemaakt met wezenloos gestaar in het niets. De horizon, voor velen een nutteloos gegeven, was prominent aanwezig. Een haantje de voorste riep luidkeels dat de wereld nooit zou vergaan. Vijf mussen tsjilpten uitbundig.
Tegelijkertijd kwam Jaap Stam het voetbalveld opgelopen. Hij wist niet veel, maar honger had hij wel. Zijn moeder had ooit zijn toekomstige vader verleid. Het fijne wist hij er niet van, maar naar het schijnt hadden zijn ouders in die tijd een neus voor louche zaken. Ze woonden midden in een joodse buurt en hielden zich opvallend koest als het op niezen aankwam. Jaap zag een bal en trapte zo hard hij kon.
Ik verscheen eveneens op het appèl. Milosevic kon mij gestolen worden. Winkelhaken, filibusters, Mongoolse mongolen, ik had er lak aan. Ik hield het bij zielig gejank en bambi-ogen. De redelijk representatieve jury viel in mijn boobytrap en ontplofte van plaatsvervangende schaamte. Mijn laatste woorden hield ik voor mezelf.
Tegelijkertijd kwam Jaap Stam het voetbalveld opgelopen. Hij wist niet veel, maar honger had hij wel. Zijn moeder had ooit zijn toekomstige vader verleid. Het fijne wist hij er niet van, maar naar het schijnt hadden zijn ouders in die tijd een neus voor louche zaken. Ze woonden midden in een joodse buurt en hielden zich opvallend koest als het op niezen aankwam. Jaap zag een bal en trapte zo hard hij kon.
Ik verscheen eveneens op het appèl. Milosevic kon mij gestolen worden. Winkelhaken, filibusters, Mongoolse mongolen, ik had er lak aan. Ik hield het bij zielig gejank en bambi-ogen. De redelijk representatieve jury viel in mijn boobytrap en ontplofte van plaatsvervangende schaamte. Mijn laatste woorden hield ik voor mezelf.
zondag 1 maart 2009
de messenwerper van hamelen
Alle dagen lijken op die ene dag dat ik met veel poeha de mosterdpot van de trap gooide. Ik was nog klein en ontdekte de wereld. Iedereen die mij negeerde kreeg een trap tegen het scheenbeen. Ik had veel trappen.
Mijn grootste overwinning op het leven behaalde ik na veel vijven en zessen. Mijn grootouders waren op sterven na dood. Ik bad tot God dat ik de snoepjespot zou erven. Walter, de zuchter van het dorp, zuchtte diep.
Ik was verliefd op twee meisjes uit twee verschillende klassen. Ik probeerde hen samen in mijn boomkamp te krijgen. Mijn boomkamp was echter alleen maar te bereiken via een touwladder. Het ene meisje viel eraf bij haar eerste poging en verzwikte haar enkel, het andere meisje bleek vooral oog te hebben voor het ene meisje en samen gingen ze naar huis. Ik klom in mijn boomkamp en droomde van mooiere momenten.
Mijn grootste overwinning op het leven behaalde ik na veel vijven en zessen. Mijn grootouders waren op sterven na dood. Ik bad tot God dat ik de snoepjespot zou erven. Walter, de zuchter van het dorp, zuchtte diep.
Ik was verliefd op twee meisjes uit twee verschillende klassen. Ik probeerde hen samen in mijn boomkamp te krijgen. Mijn boomkamp was echter alleen maar te bereiken via een touwladder. Het ene meisje viel eraf bij haar eerste poging en verzwikte haar enkel, het andere meisje bleek vooral oog te hebben voor het ene meisje en samen gingen ze naar huis. Ik klom in mijn boomkamp en droomde van mooiere momenten.
Abonneren op:
Posts (Atom)