zaterdag 10 januari 2009

minutieus voorbereid

Magistraal kon je het niet noemen, maar woorden als voddig, vurt en verdomd achterlijk pasten er ook niet bij. Mijn eerste liefde heette Isabel. Ze stak de straat over op het zebrapad. Ik keek haar aan en barstte in tranen uit. Mijn grootmoeder, een gebocheld stuk venijn, gaf mij haar zakdoek. Haar zakdoek rook naar eau de cologne. Ik snoot mijn neus en droogde mijn tranen. Het vuurwerk begon. Ik keek met grote ogen naar dit spektakel en barstte in tranen uit.

Een wolk had de vorm van Jezus aan zijn kruis. Het duurde maar enkele seconden, maar Walter had het gezien. Hij zei: 'Evert, mijn dag is goed.' Evert had staan kijken naar een meisje met bruine ogen en een diepe decolleté, en had dus geen flauw benul waar Walter het over had. Dit kwam echter wel vaker voor, dus beide vrienden wandelden tevreden verder.

zaterdag 27 december 2008

een koude dag

Het was een koude dag en Frank Deboosere fietste naar het kerkhof. Zijn oma lag daar begraven. Hij praatte even met haar en sprong dan weer op zijn fiets. De bakker was gesloten. Frank vond dit jammer, want hij moest eigenlijk een brood kopen van zijn vrouw. Zijn vrouw was nogal dominant. Frank hield daar wel van. Maar zonder brood naar huis komen, dat kon hij echt niet maken. Zijn vrouw zou hem slaan en vernederen. Ze zou hem de huid vol schelden. Zijn kinderen zouden huilen en nooit meer blij zijn. Ach, zuchtte Frank, het leven kan toch mooi zijn.

evert zegt niet nee

De winkeldeur verstaat er niets meer van: gisteren liepen vijfendertig Hollanders in een gracht en vandaag staat niemand op zijn kop. Evert, een doodgewone jongen met een IQ van 110, zegt niet nee tegen meisjes met een grote boezem. Hij kan er ook niet aan doen, zegt hij maandelijks tegen de koster. De koster draait dan meestal met zijn ogen, maar voelt diep vanbinnen een onweerstaanbare drang om Evert achterwaarts te nemen. De winkeldeur slaakt een zucht.

donderdag 25 december 2008

een ongelooflijke ervaring

'De gedachte dat ik morgen opnieuw zal leven, doet mij beven van contentement,' zei Walter Capiau tweemaal tegen zijn vriend. Zijn vriend had hem nog steeds niet verstaan, maar knikte schijnbaar geïnteresseerd. 'Ik vind het zo zalig om bij jou te zijn,' vervolgde Walter Capiau, 'Elke minuut dat ik bij jou ben, ben ik geen minuut bij iemand anders.' Het was een waarheid als een klok, maar zijn vriend had geen zin in waardeloze zever. Hij wilde zwemmen in de Mississippi, zonnebaden in Miami, gokken in Las Vegas en roeien op de Watersportbaan. Vooral dat laatste leek hem een ongelooflijke ervaring.

dode mussen bij de vleet

Hoe achterbaks mijn vijanden ook zijn, hoe lusteloos een schaap ook kan kijken, hoe hoog een wolkenkrabber ook reikt, het kan mij allemaal niet zo heel erg schelen.

Van veel zaken trek ik mij weinig aan. Ik heb lak aan arrogante, vals bescheiden, omhooggevallen nietsnutten. Ik zoek naar everzwijnen, maar wie zoekt is verloren.

De winter likt zijn wonden. Of zijn het haar wonden? Weer een vraag waar ik vannacht over kan tobben.

wantoestanden in evergem

Evergem, een dorp zonder ziel, heeft talloze inwoners. Jan Endan is er een van. Hij staat elke ochtend op met een bescheiden ochtenderectie. Zijn hond blaft de buren wakker. Jan drinkt een kop Senseo-koffie en poetst zijn tanden. Hij denkt aan al zijn exen. Het zijn er drie. Waar zouden ze nu wonen? In een villa of in een rijhuis? Zouden ze rode schoenen hebben of gele? Met of zonder hakken? Zouden ze naar Thuis kijken of naar Phara? Zouden ze een Citroën hebben? Of een fiets?

Zijn gedachten dwaalden af. Hij had moeite met rekenen, maar ook fysica en koken was niet aan hem besteed. Hij bakte elke dag een ei. Vervolgens at hij dat op. Hij keek naar buiten en zag een Evergemse mens passeren. Was het Rudy? Neen, het was Rudy niet.

zondag 14 december 2008

I'm your man

Vraag mij niet hoeveel schoenveters ik in mijn leven al geknoopt heb, want ik weet het niet. De eerste keer dat ik zelf mijn schoenveters knoopte was op een regenachtige zaterdag in maart. Ik was jong en ik wou doodgraag mijn eigen schoenveters knopen. Mijn moeder zei liefhebbend: 'Jongen, vandaag mag je eens zelf je schoenveters knopen.' Ik sprong een gat in de lucht en zocht mijn schoenen. Ik deed mijn schoenen aan en een halfuur later waren mijn schoenveters dicht. Triomfantelijk keek ik op. Mijn ouders en mijn zussen klapten in hun handen en riepen 'Bravo!'. Ik merkte hun ironische blikken niet.

een zin

Twee dagen geleden, toen de wind fel waaide, liep de wekker af.

marginale knotwilgen

Het leven kan mooi zijn, maar ook hard. Mijn handen bevriezen van zoveel kou. Ik kijk op en zie een volle maan. De maan kan niet lachen, maar ziet er toch gelukkig uit. Veel wijzer word ik er niet van, maar vandaag leek alles op zijn plaats te vallen.

Ik hield altijd al van eindejaarswensen: ze zijn leeg, nietszeggend en hypocriet. Mijn eindejaarswensen voor mezelf hou ik liever voor mezelf. Mijn eindejaarswensen voor anderen vertel ik hen recht in het gezicht. Zo ben ik nu eenmaal.

Wie de laatste steen werpt, is eerder traag. Een berg kan je beklimmen, maar je kan er ook naar kijken. Ik heb nooit verstaan waarom mensen naar Clouseau gaan kijken. Geef mij maar knotwilgen. Hoe marginaler hoe beter.

zondag 30 november 2008

wolven in het nauw

Maandagavond rond half tien reed een tram veel te snel in een zone 30. Oude mensen keken verschrikt op en hielden elkaars krukken vast. Een rolstoelpatiënt zweeg zoals altijd over de trauma's van zijn jeugd. Niemand mocht weten dat hij als jonge knaap meermaals misbruikt was door zijn nonkel. Een andere rolstoelpatiënt viel in slaap, want het was inderdaad al veel te laat. Wolven huilden in het maanlicht, ratten kropen uit de graskant, twee tienermeisjes fietsten voorbij.

donderdag 20 november 2008

hoe Evert stierf

Evert telde zijn vingers en luisterde naar klassieke muziek. Hij dacht aan de levenslessen die zijn oma hem nooit vertelde. Hij miste zijn kat, zijn moeder, zijn liefdevolle Oxford-fiets en trok een stekker uit een stopcontact. Een gsm had hij niet, hij was er principieel tegen. Hij praatte tegen zichzelf en zette water op. Een theetje zou er wel in gaan. Hij ging zitten en kreeg een hartinfarct.

zondag 16 november 2008

een groene specht in koerdistan

Tja, hoe de zaken ook gaan, rollen en botsend neerkomen, met pijnlijke grimassen als gevolg en ski-ongevallen in de Alpen als irrelevant gegeven, het leven draait maar rond één ding: water. En wijn.

vrijdag 7 november 2008

onwaarschijnlijk gedoe

De meeste mensen lopen zielig en alleen door godvergeten winkelstraten. Ze zoeken Hasselt of Kortrijk, maar vinden hondenstront en natgeregende vuilnisbakken. Ze spreken veel te luid en luisteren niet naar anderen. Ze stinken naar bloemkool, huilen met de pet op, planten zelden meidoorn. Ik zie ze graag, die mensen. Het zijn stumperds van formaat, maar wat kunnen zij eraan doen? God heeft hen geschapen, dus het is Zijn verantwoordelijkheid. Ikzelf heb er niets mee te maken.

Het zwijn in mij

Soms voel ik de onweerstaanbare drang opkomen om het zwijn in mij los te laten en een frangipane te eten met een lekker bakkie koffie erbij! Ik wil mij dan volledig laten gaan en fantaseer over handbal, gebreide sokken en zwarte tefalpannen! Ik ontzie niets of niemand in mijn stormachtige bui en draai rondjes met mijn bureaustoel! Je leest het goed; ik ben ongelooflijk.

donderdag 16 oktober 2008

clouseau knipt papiertjes

Wiskunde is een vak op school waar de meeste scholieren van moeten kotsen. Sommige scholieren (hoofdzakelijk mannelijke) krijgen een erectie van wiskunde; dit zijn de wiskundeknobbels. Ze zijn gemakkelijk te herkennen: hun bank staat enkele centimeters hoger dan die van de rest. De wiskundeleerkracht (meestal een would-be-wiskundeknobbel) screent in het begin van de les al zijn leerlingen op het hoge-bankensyndroom. Dat hebben ze geleerd in hun aggregaat. De banken die hoger staan worden onherroepelijk uit het lokaal verwijderd. Daar zit de wiskundeknobbel dan met zijn erectie, moederziel alleen. De leerkracht gniffelt en voelt zich weer enkele momenten beter. Daarna komt de leegte terug.

plankton schandalig duur

Waarom weet ik niet, maar mijn walvissen eten meer en meer. Ze hebben constant honger. Ze weten van geen ophouden. Ik haat ze! Walter Capiau is bijna dood, maar mijn walvissen denken alleen maar aan plankton, elke seconde van de dag. Ik fluister hen zachtjes toe: 'Komaan, lieve kutbeesten, eet toch wat minder!' Maar ik heb de indruk dat ze mij niet verstaan. Of juist wel, en doen ze het expres! Waarschijnlijk zitten ze in de puberteit of zo. Ja, dat zal het zijn. Ze rebelleren, zetten zich van mij af, willen op eigen benen staan. En wie ben ik om hen tegen te houden?

vrijdag 3 oktober 2008

de zondvloed

Ik dacht aan meeuwen die rotsen onderschijten. Ik hield een verrekijker in mijn handen. De zee was woest, woester dan ooit. Veel mensen waren hier niet. Alleen jij en ik, schuilend onder een eenzaam boompje. Een drieteenmeeuw vloog over. Aan de horizon leek het op te klaren, maar vlak bij ons bliksemde het nog volop. Een vissersboot haastte zich naar de veilige haven. Zou hij het halen? Je weet nooit wat het leven brengen zal. Niet God, en Helmut Lotti nog minder, zal je leven in handen nemen. Je kan hopen, smeken en dreigen. Je kan zingen, vechten, huilen, bidden, lachen, werken en bewonderen. Je kan rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Je kan liedjesteksten parafraseren zoveel je wil, God noch Helmut Lotti zal je helpen.

de waarheid

Ik hou van mijn vriendin. Het is een ongelooflijke vrouw. Iedereen die haar kent zal dat beamen. Maar uiteraard weten zij nog niet de helft van wat ik weet.

woensdag 1 oktober 2008

puur voor de lol

Puur voor de lol liep ik gisteren door Brugge en Parijs. De wolkenvelden leken sterk op mijn droom van de afgelopen jaren: wolkenvelden boven Brugge en Parijs. Ik sloeg een Fransman gade. Ik stapte op de metro. Ik bezocht een museum. Ik amuseerde me volop.

'Jochei!' riep ik op een brug. Mensen in bootjes keken mij aan. Ik zwaaide naar een stadsduif. De winkels die ik passeerde zagen er fantastisch uit. Ze verkochten alles wat een mens maar kon wensen: kleren, washandjes, groenten en fruit, bier, kruiden, Zweedse meubelen, chocolode, enzovoort. Ik stond versteld.

Mijn evenknie op het vlak van wonderen verrichten, Jaap Zoutboom, struikelde over een uitgestoken been van een Franse dame. Ze raakten aan de praat en werden verliefd. Ik was blij voor hen.

maandag 29 september 2008

slapen zonder zorgen

De vrouw lag in bed. Ze sliep nog niet. Ze wachtte op haar man. Haar man zat op het toilet. Wat hij daar deed kan zelfs het kleinste kind raden: hij loste kruiswoordraadsels op. Hij dacht diep na.

De vrouw viel in slaap. Ze snurkte luidkeels. Haar man lag ondertussen naast haar. Hij kon niet slapen.

Een kind begon te huilen. De man troostte het kind en kroop weer in bed. Het was twee uur 's nachts. De maan was niet te bespeuren. De vrouw had het deken naar zich toe getrokken.

Zes uur. De man stond op en rookte een sigaret. Het was mistig. Hij stapte in de auto en reed weg. Na een tijd viel hij in slaap. Eindelijk.