Ook vandaag liep ik te praten tegen mezelf. Tussendoor floot ik opgewekte deuntjes. Niemand begreep mijn optimisme, niemand zong mee. Ik keek naar een roltrap, at een Luikse wafel, kocht een dagblad en dronk een koffie. Het wisselgeld hield ik voor mezelf.
Een dode hond kruiste mijn pad. Ik aaide over zijn uitgevreten karkas. Hoorde ik stil gejank? De maden konden het niet zijn, die waren al lang weggetrokken, door hoge bergen en diepe dalen, langs zeeën en rotskusten, op zoek naar een nieuw lijk dat hen enkele dagen van de nodige voedingsstoffen kon voorzien.
Mijn flesje Spa was bijna leeg. Ik dronk een laatste teug. Water, ik lustte het wel. Ik hield wel van kerken en kathedralen, maar nooit van mijn leven zou ik onderbroeken breien.
dinsdag 25 januari 2011
zaterdag 22 januari 2011
mijn wereldfenomeen
Mijn liefde voor jou is diep, zo diep. Dieper dan de put waarin we gisteren samen kotsten na een nachtje stappen. Die laatste mojito was er toch te veel aan. Ik kon niet meer spreken en wandelen bleek ook geen sinecure. Jij riep tegen iedereen die het wilde horen dat Bart De Wever een dikke hoer was met scheve tanden.
In het holst van de nacht werden we opgeschrikt door een vlucht gierzwaluwen. Ze krijsten onheilspellend, en inderdaad, het onheil volgde niet kort daarop. Een taxi reed door het rood en maaide je van de weg. Je laatste blik was naar mij gericht.
Deze ochtend werd ik wakker met een fikse kater. Jou was ik kwijt en mijn portefeuille ook. Ik kon er niet aan doen, maar het eerste waar ik aan dacht was het voetbalveld van FC Twente. Die Hollandse kutploeg werd geleid door Michel Preud'homme, wat een achternaam is dat toch. En over scheve tanden gesproken...
De wolken overdreven als vanouds: grijs en miezerig domineerden ze het hele land. De stuurstang waarmee ik een onschuldig oud vrouwtje het hoofd insloeg, zou nooit meer als stuurstang gebruikt kunnen worden. Het was onherroepelijk geplooid. Ik gooide het bij de rest in de hoek van de tuin. Enkel een straatkat keek even op.
In het holst van de nacht werden we opgeschrikt door een vlucht gierzwaluwen. Ze krijsten onheilspellend, en inderdaad, het onheil volgde niet kort daarop. Een taxi reed door het rood en maaide je van de weg. Je laatste blik was naar mij gericht.
Deze ochtend werd ik wakker met een fikse kater. Jou was ik kwijt en mijn portefeuille ook. Ik kon er niet aan doen, maar het eerste waar ik aan dacht was het voetbalveld van FC Twente. Die Hollandse kutploeg werd geleid door Michel Preud'homme, wat een achternaam is dat toch. En over scheve tanden gesproken...
De wolken overdreven als vanouds: grijs en miezerig domineerden ze het hele land. De stuurstang waarmee ik een onschuldig oud vrouwtje het hoofd insloeg, zou nooit meer als stuurstang gebruikt kunnen worden. Het was onherroepelijk geplooid. Ik gooide het bij de rest in de hoek van de tuin. Enkel een straatkat keek even op.
maandag 27 december 2010
de mangopeller
Op een dag liep Joost ten Node tegen de deur van de Hema. Ik wist dat hij ging huilen, en inderdaad, hij huilde. Hij huilde tegen de sterren op. De winkelbediende voelde diep in zijn zakken en vond een oude zakdoek, die hij terstond aan Joost gaf. Joost stapte resoluut de winkelstraat in, zakdoek in de hand. Ik wist dat hij de tram niet zag, en inderdaad, enkele ogenblikken later lag hij dood onder de tram.
Jan zat op de tram. Hij was gehaast en at nougatbollen. Een bende homo's lachte hem uit. Een vrouw keek meewarig. Een kind maakte nonstop geluidjes met de tong. Een bejaarde dame liet een scheet. Een man belandde onder de tram. De tram moest stoppen. Jan vloekte.
De wijn smaakte zoet. Het was zoete wijn. Ik hield mijn adem in. Wanneer zou het allemaal eindigen? Het antwoord leek nog irrelevanter dan de vraag: nooit, jamais, nuucht, nochitnangoanditoehsicugqhmeneiiiuuuuu. Welke taal is dat? vroeg mijn dochter. De taal der gehandicapte schlemielen, mijn kind, antwoordde ik vol overgave. Ze dacht even na en liep dan heen.
Jan zat op de tram. Hij was gehaast en at nougatbollen. Een bende homo's lachte hem uit. Een vrouw keek meewarig. Een kind maakte nonstop geluidjes met de tong. Een bejaarde dame liet een scheet. Een man belandde onder de tram. De tram moest stoppen. Jan vloekte.
De wijn smaakte zoet. Het was zoete wijn. Ik hield mijn adem in. Wanneer zou het allemaal eindigen? Het antwoord leek nog irrelevanter dan de vraag: nooit, jamais, nuucht, nochitnangoanditoehsicugqhmeneiiiuuuuu. Welke taal is dat? vroeg mijn dochter. De taal der gehandicapte schlemielen, mijn kind, antwoordde ik vol overgave. Ze dacht even na en liep dan heen.
woensdag 8 december 2010
doesdoes
Wijven, ik heb ze graag. Hoe ze hun nagels lakken en mijn hielen likken. Hoe ze de mosterd in de frigo steken. Hoe ze beven telkens ze met hun BMW X5 door het rood licht rijden. Het zijn wijven voor iets, dus ik geef hen wat ze verdienen: winkelkarretjes op leegstaande parkings van de Aldi.
De dag dat ik de waarheid vertel, mag men mij straffen met goddeloosheid en liters gele verf. Ik zal deemoedig het hoofd buigen, knipogend naar het trottoir. De wereld zal mij dankbaar zijn, maar ik zal niet plooien. Noem mij zielig, dik of ronduit apathisch, plooien zit niet in mijn genen.
De dag dat ik de waarheid vertel, mag men mij straffen met goddeloosheid en liters gele verf. Ik zal deemoedig het hoofd buigen, knipogend naar het trottoir. De wereld zal mij dankbaar zijn, maar ik zal niet plooien. Noem mij zielig, dik of ronduit apathisch, plooien zit niet in mijn genen.
zondag 28 november 2010
de frietketel die verlangen heet
Ze danste uren aan een stuk, tot ik erbij neerviel. Vermoeidheid maakte zich van mij meester. Ik kreeg een klop van de hamer. In Hamburg vertrok een trein op tijd. Ze rende alsof haar leven ervan afhing. Later besefte ik dat haar leven er effectief van afhing; enkel Jezus rende voor de lol.
Haar wasserette was proper. Geen klasse-etablissement zoals le Chateau du Lac in Genval, maar toch: de mensen kwamen er graag. Op een grijze ochtend stonden er steevast vijf eenzame zielen hun kleren te wassen. Kassa kassa.
Ze hield van rode wijn, witte wijn, citroenjenever en mineraalwater. Rond haar ogen verschenen rimpeltjes als ze lachte. Ze lag languit in een leren zetel. De winkelbediende van Chateau d'Ax maande haar aan het gebouw te verlaten. We staken de rivier over, onbesuisd en vol dromen. We zwaaiden naar een oude visser.
Haar wasserette was proper. Geen klasse-etablissement zoals le Chateau du Lac in Genval, maar toch: de mensen kwamen er graag. Op een grijze ochtend stonden er steevast vijf eenzame zielen hun kleren te wassen. Kassa kassa.
Ze hield van rode wijn, witte wijn, citroenjenever en mineraalwater. Rond haar ogen verschenen rimpeltjes als ze lachte. Ze lag languit in een leren zetel. De winkelbediende van Chateau d'Ax maande haar aan het gebouw te verlaten. We staken de rivier over, onbesuisd en vol dromen. We zwaaiden naar een oude visser.
vrijdag 19 november 2010
de zwijnenkeuring
Ik hield van haar, ook al negeerde ze mij straal. Ik verlangde, hunkerde en greep naar haar lichaam. Ze schonk haar hond alle aandacht. Het was inderdaad een leuk hondje, zo'n schattig golden-retrieverpuppy. Wie smolt daar niet van? Ik ging naar het toilet en deed wat men van mij verwachtte.
Mijn leven bestond niet zonder haar. Ik kon net zo goed vuilnisbak worden. Of politicus. Ik sprak haar aan: hoe komt het dat je zo mooi bent? Ze viel uit de lucht en landde op mijn gevoelige teen. Ik schreeuwde het uit. Ze viel achterover. Ik redde haar van een buil op het achterhoofd. Ze was mij eeuwig dankbaar.
Vandaag, negen na negen. Ik zet koffie. Een held ben ik nooit geweest, dat weet zij ook. Ik zoek haar warmte op, haar venusheuvel, haar zachte lippen. Ze rekt zich uit, langzaam en onweerstaanbaar. Zou ik haar zeggen dat ze alles voor me is?
Mijn leven bestond niet zonder haar. Ik kon net zo goed vuilnisbak worden. Of politicus. Ik sprak haar aan: hoe komt het dat je zo mooi bent? Ze viel uit de lucht en landde op mijn gevoelige teen. Ik schreeuwde het uit. Ze viel achterover. Ik redde haar van een buil op het achterhoofd. Ze was mij eeuwig dankbaar.
Vandaag, negen na negen. Ik zet koffie. Een held ben ik nooit geweest, dat weet zij ook. Ik zoek haar warmte op, haar venusheuvel, haar zachte lippen. Ze rekt zich uit, langzaam en onweerstaanbaar. Zou ik haar zeggen dat ze alles voor me is?
zondag 31 oktober 2010
adebayor
Tom Waes kent geen fluit van wasknijpers, zei mijn grootvader net voor hij de pijp uitging. Het was een hete middag in Zwevezele en wespen vlogen af en aan. Wasknijpers, ging hij verder, bestaan in allerlei maten en gewichten. Die van de Aldi zijn rampzalig, na twee keer zijn ze kapot. Maar die van de Colruyt zijn ook niet echt dat, er zit veel te weinig spankracht op, waardoor iets zwaardere kledingstukken steevast op de grond vallen.
Ik blijf fan van de houten knijpers, ook al steken de plastieken varianten hen in kwaliteit voorbij, aldus mijn grootvader die ondertussen een éclair at. Ja, jongen, ik voel dagelijks een onweerstaanbare drang om éclairs te eten, zei hij elke keer toen ik bij hem op bezoek kwam. Mijn grootvader, de hansworst, zag niet in dat Citroën Berlingo's, Peugeot Partners en Renault Kangoo's gewoonweg krak dezelfde auto's waren. Met veel misbaar trok hij zijn ogen op en riep: Turken, dàt zijn pas keikoppen.
Ik voelde dat hij niet lang meer te leven had. Mijn handen trilden van angst en van de freesmachine waarmee ik zijn tuin omploegde. Spitten was voor jeanetten, zei mijn grootvader altijd. Hij huilde zelden, dat is correct. De enige traan die ik ooit bij hem heb zien vallen, was er eentje van verwaarloosbaar allooi.
Ik blijf fan van de houten knijpers, ook al steken de plastieken varianten hen in kwaliteit voorbij, aldus mijn grootvader die ondertussen een éclair at. Ja, jongen, ik voel dagelijks een onweerstaanbare drang om éclairs te eten, zei hij elke keer toen ik bij hem op bezoek kwam. Mijn grootvader, de hansworst, zag niet in dat Citroën Berlingo's, Peugeot Partners en Renault Kangoo's gewoonweg krak dezelfde auto's waren. Met veel misbaar trok hij zijn ogen op en riep: Turken, dàt zijn pas keikoppen.
Ik voelde dat hij niet lang meer te leven had. Mijn handen trilden van angst en van de freesmachine waarmee ik zijn tuin omploegde. Spitten was voor jeanetten, zei mijn grootvader altijd. Hij huilde zelden, dat is correct. De enige traan die ik ooit bij hem heb zien vallen, was er eentje van verwaarloosbaar allooi.
zaterdag 30 oktober 2010
jaap & piet
Alles begint en eindigt bij die ene vraag: wie in godsnaam is Jaap Stam? Ik vraag het me elke avond af, meestal bij het douchen rond half tien. Mijn kinderen tekenen op posters van afgelopen festivals. Als er toevallig stickers in de buurt zijn, plakken ze de posters ermee vol. Ze amuseren zich en huilen als ze pijn hebben, zo simpel kan het leven zijn.
Mijn vriendin, de mooiste vrouw ter wereld, zwijgt soms. Heel soms. Meestal zoekt ze het gesprek op, ook als ik in andere oorden vertoef. Ik knik dan en zeg om de tien seconden hmm. Ze vindt dit niet zo erg, mijn vriendin. Ik hou van haar. Hoe ze lacht, hoe ze het hele gezin staande houdt, hoe ze een bromvlieg boos aankijkt, alsof dat beest doelbewust en met voorbedachten rade onze living is binnengevlogen.
Mijn meesterwerk moet nog komen; ooit zal het zover zijn. Ik moet blijven geloven, blijven bidden tot Jezus' ballen in tomatensaus. Hij lacht heel zelden, maar als hij lacht is het wel prijs. Dan kan zelfs Piet Huysentruyt er niet tegenop.
Mijn vriendin, de mooiste vrouw ter wereld, zwijgt soms. Heel soms. Meestal zoekt ze het gesprek op, ook als ik in andere oorden vertoef. Ik knik dan en zeg om de tien seconden hmm. Ze vindt dit niet zo erg, mijn vriendin. Ik hou van haar. Hoe ze lacht, hoe ze het hele gezin staande houdt, hoe ze een bromvlieg boos aankijkt, alsof dat beest doelbewust en met voorbedachten rade onze living is binnengevlogen.
Mijn meesterwerk moet nog komen; ooit zal het zover zijn. Ik moet blijven geloven, blijven bidden tot Jezus' ballen in tomatensaus. Hij lacht heel zelden, maar als hij lacht is het wel prijs. Dan kan zelfs Piet Huysentruyt er niet tegenop.
vrijdag 29 oktober 2010
verwikkeld
Een fiets. Ze reed op een fiets. Zo'n typisch Hollands model. Misschien was ze zelf wel Hollands. Hier in Terneuzen leek dat wel aannemelijk. Ze had alleszins benen om u tegen te zeggen, zo in dat opwaaiend rokje. Ik kon bijna haar slipje zien - niet dat ik dat probeerde, hoor, zo ben ik niet. Ik keek haar bewonderend aan, ze lachte me spontaan toe. Pas toen ik twee uur later thuis kwam, merkte ik dat mijn tirette al die tijd open had gestaan. Ik nam de fles Gin en spoelde geroutineerd mijn schaamte weg.
Mijn vader, een man met een passie, werkte zich op tot gerespecteerd ambtenaar. Hij vervulde zijn ambt zoals het hoorde: trefzeker, broeierig, op hete kolen. Zijn baas, de minister van Financiën, wist ook wel dat hij bij mijn vader niet moest aankloppen om Vera Dua binnen te doen.
Walgelijk hoe alles met elkaar verbonden is. De schoorsteen spuwt roet in het eten, ik lig urenlang te wachten in de sofa, Walter Capiau dringt een salsabar binnen. Hij voelt zich Lieven Verstraete, Ter Zake-anker en sambaliefhebber. Met vloeiende heupbewegingen stapt hij op zijn doel af: de chihuahua van bij de bakker om de hoek. Ik weiger te geloven dat dit het hoogtepunt van de avond is.
Mijn vader, een man met een passie, werkte zich op tot gerespecteerd ambtenaar. Hij vervulde zijn ambt zoals het hoorde: trefzeker, broeierig, op hete kolen. Zijn baas, de minister van Financiën, wist ook wel dat hij bij mijn vader niet moest aankloppen om Vera Dua binnen te doen.
Walgelijk hoe alles met elkaar verbonden is. De schoorsteen spuwt roet in het eten, ik lig urenlang te wachten in de sofa, Walter Capiau dringt een salsabar binnen. Hij voelt zich Lieven Verstraete, Ter Zake-anker en sambaliefhebber. Met vloeiende heupbewegingen stapt hij op zijn doel af: de chihuahua van bij de bakker om de hoek. Ik weiger te geloven dat dit het hoogtepunt van de avond is.
woensdag 13 oktober 2010
de passie voorbij
Ik wandelde met mijn hond door velden en vervuilde grachten. Hij keek liefdevol naar mij op toen ik zuchtend mijn hoofd schudde. Mijn leven bestond uit weinig meer dan onkruid wieden en patatten planten. Mijn azalea's stonden er wel fantastisch bij, dat moest ik toegeven.
Ik huilde bij het zien van mijn dak; het fonkelde vervallen in de zon. Eén storm en ik mocht onder de open hemel slapen, net zoals mijn hond. Het beest kwispelde als altijd; wist hij veel hoe het leven in elkaar zat. Ik ging zitten onder de appelboom en neuriede iets wat ooit een lied was.
De dag passeerde. Ik weigerde op te staan. Wandelaars vroegen zich af waar het pijltje van hun wandelroute zich bevond. Ik had het enkele dagen eerder in een opgewekte bui zwartgeschilderd. Ze moesten maar wat improviseren op hun kuttocht, eens zot doen, alle remmen los. Wie weet wat ze dankzij mij allemaal zouden meemaken.
Ik huilde bij het zien van mijn dak; het fonkelde vervallen in de zon. Eén storm en ik mocht onder de open hemel slapen, net zoals mijn hond. Het beest kwispelde als altijd; wist hij veel hoe het leven in elkaar zat. Ik ging zitten onder de appelboom en neuriede iets wat ooit een lied was.
De dag passeerde. Ik weigerde op te staan. Wandelaars vroegen zich af waar het pijltje van hun wandelroute zich bevond. Ik had het enkele dagen eerder in een opgewekte bui zwartgeschilderd. Ze moesten maar wat improviseren op hun kuttocht, eens zot doen, alle remmen los. Wie weet wat ze dankzij mij allemaal zouden meemaken.
zaterdag 25 september 2010
mik, mak en de vieze gasten
Een jongedame stond aan de kant van de weg te liften. Ze droeg een bril en geen bh. Ze had bruin haar en hangtetten. Op haar zelfgemaakt kartonnen bordje stond 'Groningen'.
Ik moest de andere kant op, maar stopte toch. Ze deed de deur open en vroeg of ik naar Groningen ging. Eerlijk als altijd antwoordde ik: 'Nee, ik ben op weg naar de Weba.' Het meisje draaide met haar ogen en vroeg: 'In Deinze?' Waarop ik: 'Nee, Gent.'
Ondertussen tikte een Zwaantje met zijn rubberen fallus op mijn raam. Hij wist te melden dat zijn tandvlees ontstoken was en dringend een lift naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis nodig had, aangezien hij van de pijn niet meer zelfstandig kon rijden.
Daar zat ik, tussen hamer en aambeeld. Ik keek van creperende flik naar Hollandse hangtetten en dacht aan de grote vakantie, vijftien jaar geleden, toen de takken veel te luid onder mijn schoenen kraakten bij het bespieden van een zonnebadende buurvrouw.
Ik moest de andere kant op, maar stopte toch. Ze deed de deur open en vroeg of ik naar Groningen ging. Eerlijk als altijd antwoordde ik: 'Nee, ik ben op weg naar de Weba.' Het meisje draaide met haar ogen en vroeg: 'In Deinze?' Waarop ik: 'Nee, Gent.'
Ondertussen tikte een Zwaantje met zijn rubberen fallus op mijn raam. Hij wist te melden dat zijn tandvlees ontstoken was en dringend een lift naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis nodig had, aangezien hij van de pijn niet meer zelfstandig kon rijden.
Daar zat ik, tussen hamer en aambeeld. Ik keek van creperende flik naar Hollandse hangtetten en dacht aan de grote vakantie, vijftien jaar geleden, toen de takken veel te luid onder mijn schoenen kraakten bij het bespieden van een zonnebadende buurvrouw.
dinsdag 31 augustus 2010
pokerface
Ik wil aambeienkontifuur, zei mijn dochter vanmorgen aan tafel. Het waren pannenkoeken en we hadden er al met bruine en lichtbruine suiker van Candico gegeten. Het waren pannenkoeken omdat er geen brood meer was en we geen zin hadden om naar de bakker te rijden.
Weinigen weten dat ik in Lissabon naar de hemel heb staan staren. Praktisch niemand weet dat ik ooit in Puente la Reina afscheid heb genomen van mijn oude ik. Er was een oud kerkje, ik brandde een kaarsje en nam afscheid. Totale rust kwam plotseling van alle kanten op mij afgestormd. Ik rolde een sigaret, stak hem aan, inhaleerde diep en blies de rook in kringetjes die na twee seconden verdwenen alsof er niets was gebeurd. Alsof ze weigerden toe te geven dat ik kringetjes kon blazen met sigarettenrook.
Twee dagen later, het regende oude wijven, kwam ik niemand bijzonders tegen. Dus deed ik maar verder waar ik toen, en nu nog steeds, het best in ben: onverschillig rondhangen op historisch waardeloze en daarom totaal verlaten dorpspleinen.
Weinigen weten dat ik in Lissabon naar de hemel heb staan staren. Praktisch niemand weet dat ik ooit in Puente la Reina afscheid heb genomen van mijn oude ik. Er was een oud kerkje, ik brandde een kaarsje en nam afscheid. Totale rust kwam plotseling van alle kanten op mij afgestormd. Ik rolde een sigaret, stak hem aan, inhaleerde diep en blies de rook in kringetjes die na twee seconden verdwenen alsof er niets was gebeurd. Alsof ze weigerden toe te geven dat ik kringetjes kon blazen met sigarettenrook.
Twee dagen later, het regende oude wijven, kwam ik niemand bijzonders tegen. Dus deed ik maar verder waar ik toen, en nu nog steeds, het best in ben: onverschillig rondhangen op historisch waardeloze en daarom totaal verlaten dorpspleinen.
maandag 16 augustus 2010
mise en seine
Ik hou van prutsers: net als ikzelf zoeken ze hun leven lang naar pissebedden. Onder stenen of in verrot hout, who cares. 's Nachts of in kille regenbuien, met een Maglite of een oplichtend gsm-schermpje, whatever. In vol ornaat of bevend van verdriet; de beesten blijven domweg vluchten naar het donkerste hoekje van mijn onderbewustzijn.
Mijn kinderen zijn jong en onwetend. Alhoewel, je mag hen ook niet onderschatten. Ze weten maar al te goed wat ze wanneer en op welke manier moeten zeggen. Alles wel beschouwd zijn het geniale wonderen der natuur. Het zou mij niet verbazen mochten ze later dokter worden of een blog bijhielden vol irrelevante tekstjes.
Ja, u leest het goed: wijn smaakt altijd beter na slaande ruzie met een bende Hollanders. Ik sla, zij incasseren. Zij slaan, ik doe een Forrest-Gumpje. Rennen alsof mijn Nikes ervan afhangen. Hijgen, omkijken, rochelen in het gezicht van een oud vrouwtje, struikelen over het reservewiel van een rolstoel. Eenmaal thuis plof ik in de zetel en zoek de eerste de beste pissebed die mijn gedachten doorkruist.
Mijn kinderen zijn jong en onwetend. Alhoewel, je mag hen ook niet onderschatten. Ze weten maar al te goed wat ze wanneer en op welke manier moeten zeggen. Alles wel beschouwd zijn het geniale wonderen der natuur. Het zou mij niet verbazen mochten ze later dokter worden of een blog bijhielden vol irrelevante tekstjes.
Ja, u leest het goed: wijn smaakt altijd beter na slaande ruzie met een bende Hollanders. Ik sla, zij incasseren. Zij slaan, ik doe een Forrest-Gumpje. Rennen alsof mijn Nikes ervan afhangen. Hijgen, omkijken, rochelen in het gezicht van een oud vrouwtje, struikelen over het reservewiel van een rolstoel. Eenmaal thuis plof ik in de zetel en zoek de eerste de beste pissebed die mijn gedachten doorkruist.
donderdag 12 augustus 2010
billy
Mak als een vers geslacht lammetje liep ik door het dorp van mijn dromen. Ik zocht niets, ik volgde niemand. Ik hoorde het klapwieken van een omhooggevallen duif. De rode bieten in een piepkleine moestuin stonden er weelderig bij.
Ik stopte bij een bushokje en vroeg er de weg naar een onbeduidende plek. Een vrouw met een halflang kleedje luisterde naar haar IPod. Ik hoorde vaag een gitaarsolo van Jack White. Het kon ook Tom Dice zijn. Haar adem rook naar wortelpuree. Ik knipoogde bijna volmaakt en stapte toen verder.
De dag liep ten einde toen mijn schoenveter open ging. Ik bukte me en deed mijn schoenen uit. Op kousevoeten hield ik het laatste sprankeltje zonlicht nauwlettend in het oog, tot het verdween achter een marginale wasserette.
Ik stopte bij een bushokje en vroeg er de weg naar een onbeduidende plek. Een vrouw met een halflang kleedje luisterde naar haar IPod. Ik hoorde vaag een gitaarsolo van Jack White. Het kon ook Tom Dice zijn. Haar adem rook naar wortelpuree. Ik knipoogde bijna volmaakt en stapte toen verder.
De dag liep ten einde toen mijn schoenveter open ging. Ik bukte me en deed mijn schoenen uit. Op kousevoeten hield ik het laatste sprankeltje zonlicht nauwlettend in het oog, tot het verdween achter een marginale wasserette.
dinsdag 10 augustus 2010
gratin gratuit
Wispelturig ben ik niet, hongerig daarentegen des te meer. De frangipanes die ik in mijn leven al gegeten heb, zijn niet te tellen. Zeker niet op één hand. Wat zou ik zijn zonder handen? Eenzaam?
De wereld, dat vreemde ding waarin we zoeken naar geluk, loopt stilaan op haar laatste benen. Het kreunt onder ons dwangmatig dweilen met deuren open. Ik dacht overlaatst aan vroeger, toen Suske en Wiske nog rolmodellen waren, maar ik hielp de wereld geen vingerbreed verder.
Het wandtapijt dat per vergissing op de vloer van een villa in Zwevezele was beland, bevatte zoveel huisstofmijt dat zelfs Joost moest niezen. Hij vulde zijn verdere miserabele leven met het zoeken naar de ideale zakdoek. Zijn schoonmoeder zag haar voorspelling uitkomen. Ik hield het bij achteloos fluiten op weg naar de bakker.
De wereld, dat vreemde ding waarin we zoeken naar geluk, loopt stilaan op haar laatste benen. Het kreunt onder ons dwangmatig dweilen met deuren open. Ik dacht overlaatst aan vroeger, toen Suske en Wiske nog rolmodellen waren, maar ik hielp de wereld geen vingerbreed verder.
Het wandtapijt dat per vergissing op de vloer van een villa in Zwevezele was beland, bevatte zoveel huisstofmijt dat zelfs Joost moest niezen. Hij vulde zijn verdere miserabele leven met het zoeken naar de ideale zakdoek. Zijn schoonmoeder zag haar voorspelling uitkomen. Ik hield het bij achteloos fluiten op weg naar de bakker.
donderdag 8 juli 2010
maandagnacht
De wasmachine werkt niet naar behoren: mijn marcellekes blijven stinken naar het okselhaar van Jezus. Ik dacht nog bij mezelf: wat als ik er een springlevende kikker bij gooi? Maar ik vond nergens kikkers, laat staan springlevende.
Mijn everzwijn, ik noem hem Turk!, heeft extreme nood aan liefde. Hij kruipt op alles wat beweegt, alles wat hoofdhaar heeft en alles wat ruikt naar stalagtieten. Heel zelden heeft hij geluk en passeert er een verdwaald varken, dat al snel nattigheid voelt en zich als een gazelle uit de voeten maakt. Een oerkreet waarin alle opgekropte frustratie van alle blinden ter wereld is vervat, is wat Turk! dan slaakt.
Vanuit de keuken staar ik naar een straatlantaarn. Eenzaam, verschopt en verlaten: zo staat die straatlantaarn daar. Zielig en totaal genegeerd. Behalve door mij. Ik kijk ernaar en denk eraan. Ik schrijf erover, elke maandagnacht. Ik praat ermee, als ik verdrietig ben. Niemand kan mij beter troosten, niemand begrijpt mij beter dan die achterlijke lantaarnpaal op vijftien meter van mijn keukenraam. Ik haat hem, de opdringerige zak. Probeert mij telkens te doorgronden en slaagt er nog in ook. Ik wil verdringen en vergeten, hij rakelt alles op. Alsof ik geen recht heb op een stompzinnig bestaan. De lafaard is gewoon jaloers op mij. Kan ik er wat aan doen dat ik toevallig een mens ben en hij een fucking lantaarnpaal?
Mijn everzwijn, ik noem hem Turk!, heeft extreme nood aan liefde. Hij kruipt op alles wat beweegt, alles wat hoofdhaar heeft en alles wat ruikt naar stalagtieten. Heel zelden heeft hij geluk en passeert er een verdwaald varken, dat al snel nattigheid voelt en zich als een gazelle uit de voeten maakt. Een oerkreet waarin alle opgekropte frustratie van alle blinden ter wereld is vervat, is wat Turk! dan slaakt.
Vanuit de keuken staar ik naar een straatlantaarn. Eenzaam, verschopt en verlaten: zo staat die straatlantaarn daar. Zielig en totaal genegeerd. Behalve door mij. Ik kijk ernaar en denk eraan. Ik schrijf erover, elke maandagnacht. Ik praat ermee, als ik verdrietig ben. Niemand kan mij beter troosten, niemand begrijpt mij beter dan die achterlijke lantaarnpaal op vijftien meter van mijn keukenraam. Ik haat hem, de opdringerige zak. Probeert mij telkens te doorgronden en slaagt er nog in ook. Ik wil verdringen en vergeten, hij rakelt alles op. Alsof ik geen recht heb op een stompzinnig bestaan. De lafaard is gewoon jaloers op mij. Kan ik er wat aan doen dat ik toevallig een mens ben en hij een fucking lantaarnpaal?
woensdag 16 juni 2010
my life with miet smet
Vandaag was, net als morgen, het vermelden niet waard in mijn ooit te verschijnen mémoires. Gisteren daarentegen kon ik mij met moeite bedwingen bij het zien van Phara's zwarte schoenen. Haar naam alleen al zorgt voor kopzorgen. Ze stelde mij vijf vragen, ik antwoordde trillend op mijn grondvesten - een beetje zoals mijn vaderland nu ik eraan denk.
Mijn vrouw huilde bij het lezen van de dagbladen. Ze snikte de hele ochtend, van bijna onhoorbaar tot aanstellerig luid. Ik aaide haar kat, maar ook daar ving ik bot. Mijn hormonen, eens om het halfjaar hyperactief, bleven waar ze al vijf maanden zaten: ver weg tussen bloed en haarvaten. Mijn pilletjes lagen nog boven. Ik sleurde mezelf de trap op en zag een spinnenweb in een onbereikbare hoek.
Mijn kuisvrouw, een geblondeerde Poolse met een diepe décolleté en zes rotte tanden, belt de hele tijd met mijn gsm naar haar ouders in Krakow. In ruil voor een pijpbeurt om de zes maanden kan ik hier wel mee leven. De dag schreed nietszeggend voorbij; ook ik bleef opvallend stil.
Mijn vrouw huilde bij het lezen van de dagbladen. Ze snikte de hele ochtend, van bijna onhoorbaar tot aanstellerig luid. Ik aaide haar kat, maar ook daar ving ik bot. Mijn hormonen, eens om het halfjaar hyperactief, bleven waar ze al vijf maanden zaten: ver weg tussen bloed en haarvaten. Mijn pilletjes lagen nog boven. Ik sleurde mezelf de trap op en zag een spinnenweb in een onbereikbare hoek.
Mijn kuisvrouw, een geblondeerde Poolse met een diepe décolleté en zes rotte tanden, belt de hele tijd met mijn gsm naar haar ouders in Krakow. In ruil voor een pijpbeurt om de zes maanden kan ik hier wel mee leven. De dag schreed nietszeggend voorbij; ook ik bleef opvallend stil.
zondag 30 mei 2010
mikado
Vandaag voel ik mij nu eenmaal op en top man, zou mijn grootvader gezegd hebben. Hij zei het dan ook, elke dag opnieuw. Tot vervelens en slaande ruzie toe. Mijn grootvader was geen held, geen drugskoerier, geen drollendraaier. Ik hield van zijn geheime spaarpotten. Op een dag merkte hij dat er al minstens achthonderdduizend frank uit verdwenen was. Hij barstte in tranen uit en pleegde vervolgens zelfmoord.
Het verhaal van mijn leven is lang, dradig en eigenlijk één groot taboe. Mijn allerliefste tante was verslaafd aan drugskoeriers. Ze neukte ze allemaal plat, soms zelfs vijf op een uur, of vier tegelijkertijd. Ik keek dan stiekem door het sleutelgat van de buren, om toch maar pedagogisch verantwoorde taferelen te zien: mama, papa en twee kindjes die samen Monopoly speelden. Van dergelijk genot kon ik enkel dromen.
De goede verstaander leest tussen de regels en beseft dat mijn jeugd meer dan normaal verliep. Mijn grootvader pleegde geen zelfmoord en mijn tante neukte niemand plat, laat staan drugskoeriers. Nee, het was een afgrijselijk vrouwmens die zelfs geen blinde hond kon verleiden. En haar buren speelden nooit Monopoly met hun kinderen, enkel strippoker.
Het verhaal van mijn leven is lang, dradig en eigenlijk één groot taboe. Mijn allerliefste tante was verslaafd aan drugskoeriers. Ze neukte ze allemaal plat, soms zelfs vijf op een uur, of vier tegelijkertijd. Ik keek dan stiekem door het sleutelgat van de buren, om toch maar pedagogisch verantwoorde taferelen te zien: mama, papa en twee kindjes die samen Monopoly speelden. Van dergelijk genot kon ik enkel dromen.
De goede verstaander leest tussen de regels en beseft dat mijn jeugd meer dan normaal verliep. Mijn grootvader pleegde geen zelfmoord en mijn tante neukte niemand plat, laat staan drugskoeriers. Nee, het was een afgrijselijk vrouwmens die zelfs geen blinde hond kon verleiden. En haar buren speelden nooit Monopoly met hun kinderen, enkel strippoker.
donderdag 6 mei 2010
grimmig
Ik ben niet altijd geweldig. Mijn katten kunnen dat beamen. Ze springen op de droogkast die op de wasmachine staat en blijven er uren turen. Naar wie of wat: Joost mag het weten. Hij zat bij mij in de eerste kleuterklas. Doodnormale jongen, lelijke ouders, X-benen.
De afgelopen honderzestig trimesters van mijn korte leven leefde ik aan hondertwintig km per uur op de autosnelweg, althans indien er geen file was en mijn auto niet te hard begon te trillen. Op de steenwegen leefde ik aan tachtig km per uur, ook al was dat tien per uur te snel. In bebouwde kommen slalomde ik van links naar rechts, van hoog naar eindeloos diep. Mijn val werd gebroken door hoopvolle migranten.
Onlangs kwam Yves Leterme mijn dorp bezoeken. Zijn voeten stonken als nooit tevoren. Had hij gezweet vandaag? Te veel porei gegeten? Anaal geïncasseerd? Hij glimlachte geheimzinnig, ontblootte zijn gespierde borstkas en toonde zijn nieuwste aanwinst: een tattoo van de gebroeders Grimm.
De afgelopen honderzestig trimesters van mijn korte leven leefde ik aan hondertwintig km per uur op de autosnelweg, althans indien er geen file was en mijn auto niet te hard begon te trillen. Op de steenwegen leefde ik aan tachtig km per uur, ook al was dat tien per uur te snel. In bebouwde kommen slalomde ik van links naar rechts, van hoog naar eindeloos diep. Mijn val werd gebroken door hoopvolle migranten.
Onlangs kwam Yves Leterme mijn dorp bezoeken. Zijn voeten stonken als nooit tevoren. Had hij gezweet vandaag? Te veel porei gegeten? Anaal geïncasseerd? Hij glimlachte geheimzinnig, ontblootte zijn gespierde borstkas en toonde zijn nieuwste aanwinst: een tattoo van de gebroeders Grimm.
woensdag 28 april 2010
schwung
Mijn dikste vrienden, 90 kg en meer, vragen vaak waar hun evenwicht ligt: in Monaco of in de moestuin. Na het vallen van mijn frank antwoord ik steevast: in twijfel. Hun verbaasde en in het beste geval woedende blik neem ik er graag bij. Ik ben een nemer; geef mij iets en ik neem het. Noem het egoïsme en ik sla in uw gezicht.
Eeuwige roem zal ik niet vergaren, maar wie weet zal ik ooit blijven nazinderen in het oosten van Oezbekistan. Oezbeekse tieners die posters met mijn kop erop in hun marginale kamertje ophangen, hun moeders die alleen al bij de gedachte aan mij natter worden dan hun versleten dweil, hun vaders die respectvol het hoofd buigen als mijn naam in het rokerige dorpscafé wordt genoemd. Wie weet, wie weet.
Wie weet word ik wel net zo een dikke papzak als mijn dikste vrienden. Zo'n luie schranser en begenadigd drinker. Zo'n pintjespakker die niet weet wat te doen met z'n leven, behalve nog een pintje bestellen. Zo'n lul die z'n eigen lul niet meer kan zien, laat staan gebruiken in een niet-sanitaire daad. De kans is klein, maar ze bestaat. Een mens moet realistisch zijn, zei mijn grootvader altijd.
Eeuwige roem zal ik niet vergaren, maar wie weet zal ik ooit blijven nazinderen in het oosten van Oezbekistan. Oezbeekse tieners die posters met mijn kop erop in hun marginale kamertje ophangen, hun moeders die alleen al bij de gedachte aan mij natter worden dan hun versleten dweil, hun vaders die respectvol het hoofd buigen als mijn naam in het rokerige dorpscafé wordt genoemd. Wie weet, wie weet.
Wie weet word ik wel net zo een dikke papzak als mijn dikste vrienden. Zo'n luie schranser en begenadigd drinker. Zo'n pintjespakker die niet weet wat te doen met z'n leven, behalve nog een pintje bestellen. Zo'n lul die z'n eigen lul niet meer kan zien, laat staan gebruiken in een niet-sanitaire daad. De kans is klein, maar ze bestaat. Een mens moet realistisch zijn, zei mijn grootvader altijd.
Abonneren op:
Posts (Atom)